kunstenaars
De links in de onderstaande lijst verwijzen rechtstreeks naar een uitgebreide cv van de kunstenaar. Deze lijst is nog niet compleet en wordt zo spoedig mogelijk aangevuld.
Martin Assig
In het werk van Martin Assig (1959) is altijd een combinatie aanwezig van zinnelijkheid en spiritualiteit. Het menselijk lichaam staat daarbij centraal: als een antieke vruchtbaarheidsgodin met talloze borsten maar ook als een kwetsbare behuizing van de ziel. Vaak komt het motief van de rok voor, die tot op de borst doorloopt en ter hoogte van de schouders wordt afgesneden met een horizontale balk.
Frank Van den Broeck
Frank Van den Broeck's (1950) tekeningen in houtskool en pastel, zijn direct te herkennen aan hun karakteristieke handschrift. De voorstellingen hebben vaak iets raadselachtigs, ze lijken een toestand van half bewustzijn weer te geven waarin zich plots een ijl maar indringend beeld aanbiedt.
Robine Clignett
Robine Clignett (1948) legt zich toe op het onderzoeken van het fenomeen kleur.Zij experimenteert met natuurlijke pigmenten en verdiept zich daarnaast in de natuurkundige, historische en literaire aspecten van kleur. In verschillende publicaties bracht zij begrippen samen over de kleuren Faluröd, Ultramarijn, Wijngaardzwart en Loodwit.
Robbie Cornelissen
Robbie Cornelissen (1954) tekent ingewikkelde architecturen, barokke portretten en bijna abstracte voorstellingen. In alle ‘genres' valt de gedrevenheid van de tekenaar op: de voorstellingen zijn zonder uitzondering zeer gedetailleerd en met grote intensiteit getekend.
Marcel van Eeden
Marcel van Eeden’s geboortejaar 1965 is cruciaal in zijn oeuvre. Alle voorstellingen die hij tekent zijn afkomstig uit de tijd vóór zijn geboorte. Dat betekent dat hij werkt naar bestaand beeldmateriaal, dat hij vindt in oude tijdschriften, boeken of kranten. De onderwerpen lopen uiteen van stemmige jaren 50 interieurs, cartoons, branden tot abstracte patronen of teksten. Door het natekenen van deze beelden brengt Marcel van Eeden de tijd die hij zelf niet beleefde als het ware in zijn macht; hij zet haar letterlijk naar zijn hand.
Paul van der Eerden
De tekeningen van Paul van der Eerden (1954) zijn op het eerste gezicht rauw en ongemakkelijk. Vaak is het beeld volkomen plat en wordt de voorstelling in het kader van het blad geperst. Grotesk gestileerde gezichten barsten bijna uit het vlak, soms is de voorstelling ook bewust afgesneden, waardoor die buiten de tekening lijkt door te lopen.
Diederik Gerlach
Diederik Gerlach (1956) gebruikt in zijn nieuwste schilderijen foto's van filmsterren uit de jaren dertig of ouderwetse vakantie-oorden. In zijn karakteristieke palet van gemengde en gedempte kleuren worden ze naast en boven elkaar gezet, alsof je op een tafel kijkt waarop verschillende foto's zijn uitgestald. Zo ontstaat een dubbelzinnige, gecompliceerde ruimte in het schilderij, waarin de toeschouwer de onderlinge voorstellingen met elkaar moet verbinden.
Pascal van der Graaf
Pascal van der Graaf (1979) was een van winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007. Zijn palet bestaat uitsluitend uit grijstonen. Hiermee bereikt hij een qua kleur neutraal beeld waarmee hij verschillende manieren van schilderen onderzoekt.
Christie van der Haak
Christie van der Haak (1950), van huis uit schilder, legt zich de laatste jaren steeds verder toe op het ontwerpen en weven van wandkleden en stoffen. In het Nederlands Textielmuseum Tilburg maakt ze jacquard geweven katoenen wandkleden die als autonome kunstwerken zijn opgevat. In Duitsland laat ze stoffen weven, waarin florale en abstracte motieven worden gespiegeld en verdubbeld tot ingewikkelde patronen, die soms doen denken aan de ontwerpen van Colenbrander.
Ingrid van der Hoeven
![]()
Ingrid van der Hoeven (1962) richtte zich tot voor kort in haar beelden op de klassieke Indonesische en Chinese vormentaal zoals je die ziet in tempel- en grafarchitectuur. De vrouw wordt daar vaak ingetogen weergegeven als een gestileerde, knielende gestalte. Sinds enige tijd heeft die traditionele, dienende houding plaatsgemaakt voor het zelfbewuste, stoere imago van de vrouw in de hedendaagse mode en films in China.
Nour-Eddine Jarram
Nour-Eddine Jarram (1956) integreert in zijn pasteltekeningen portret en landschap. In ‘La voix de son maître' zijn de omtrekken van een man ingebed in een landschap. Uit zijn mond lijken klanken te komen die uitwaaieren in ornamenten en architectonische vormen. Bij andere tekeningen is het landschap dominant en blijken daarin gezichten of gestalten verborgen. De voorstellingen zijn steeds doordrenkt van het samensmelten van een westerse met een Marokkaanse beeldcultuur, wat wordt verstrekt door het gebruik van diepe, verzadigde kleuren.
Dieter Mammel
Dieter Mammel (1965) past in zijn schilderijen een speciale techniek toe. Hij schildert met inkt op onbewerkte canvas dat nat is gemaakt, zodat de kleur uitloopt en zich grillig vertakt. Duidelijk is te zien dat de beelden zijn geschilderd naar fotografische voorbeelden. Eerst waren dat foto's uit zijn eigen familiealbum, die hij later uitbreidde met meer algemene foto's uit de jaren '50 en '60. Deze zogeheten Familienbilder, die bijna alle met groene inkt zijn geschilderd, zijn zowel vertrouwd als confronterend, omdat ze het geluk maar ook de drama's uit de kindertijd terugbrengen.
Erik Pape
Erik Pape (1942) diept in zijn schilderijen al jaren één onderwerp uit: Place Stalingrad, een druk verkeersplein in Parijs, waar de metro bovengronds over spoorbruggen met klassieke gietijzeren zuilen rijdt. Hij heeft zich dit onderwerp zo eigen gemaakt dat de schilderijen ver af staan van een oppervlakkige, beschrijvende weergave.
Ed Pien
De Taiwanees Canadese kunstenaar Ed Pien (1958) geeft in zijn werk uiting aan diepe menselijke angsten. Zijn tekeningen en werk op papier worden bevolkt door bizarre monsters en demonen, half mens half dier. Pien sluit hiermee aan op een eeuwenoude traditie in de Westerse en Aziatische kunst van het uitbeelden van de hel. Kenmerkend voor Pien's werk is dat hij zowel uit de Westerse als de Aziatische beeldcultuur put.
Zeger Reyers
Zeger Reyers (1966) staat bekend om zijn installaties waarin hij de artificiële, door de mens geschapen wereld confronteert met de natuur. Zo liet hij zwammen uit meubels en apparaten groeien en zonk hij stoelen af in de Oosterschelde, om ze te laten overwoekeren door mosselen. In het werk ‘Drumstel' (2004) koppelde hij honderd lege oliedrums aan elkaar en legde die in zee. De kluwen olievaten werd zo een door de zee bespeeld instrument dat doffe, bonkende geluiden voortbrengt. Tegelijkertijd liet het de enorme kracht van de zee zien: na zeven weken waren de vaten bijna onherkenbaar gedeukt en geroest
Johan Tahon
Het werk van Johan Tahon (1965) is de verslaglegging van een onderzoek naar de condition humaine. Zowel zijn vroege werk in gips als zijn latere werk in keramiek is wit, grillig van vorm en meestal herkenbaar als mensfiguur. In zijn verstilde, ingetogen werk zien we de mens als onvolmaakt en gekneveld wezen, zoekend naar een plaats om te kunnen ‘zijn’.
Elmar Trenkwalder
De Oostenrijkse kunstenaar Elmar Trenkwalder (1959) roept in zijn tekeningen een barokke wereld op, waarin een eigenaardige vermenging van erotiek en architectuur plaatsvindt. In zijn rijk versierde architectonische ruimtes hebben zuilen fallische vormen en blijken ornamenten opgebouwd uit verstrengelde menselijke figuren.
Ronald Versloot
In een van de schilderijen van Ronald Versloot (1964) kijk je op een stilleven met vlot geschilderde glazen, een bloemenvaas en een pot waartussen een man ligt. De verhouding in hun wederzijdse grootte is totaal ongerijmd. De man is piepklein of de voorwerpen van het stilleven zijn bovenmenselijk groot. Bovendien blijkt de man niet geschilderd te zijn maar afgedrukt op het doek met een linosnede.
Justin Wijers
Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Met dunne kleurviltstift geeft hij de gehavende lichamen in ijle, precieze lijnen weer. Omdat de lichamen slechts gedeeltelijk zijn ingekleurd en hun omtrek heel licht is aangegeven op het witte beeldvlak van het papier, zien ze er op het eerste gezicht uit als abstracte kleurvlakken of eilanden op een landkaart in een witte zee.
Anneke Wilbrink
Anneke Wilbrink (1973) was een van de winnaars van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst 2006. Zij maakt grote schilderijen waarin ze vanuit een abstracte ordening van lijnen en vormen tot figuratie komt. In de schilderijen waarmee ze de Koninklijke prijs won was die figuratie prominent aanwezig in de vorm van schepen en het beroemde ‘Laantje van Hobbema' die ze integreerde in een abstracte achtergrond
