kunstenaars

De links in de onderstaande lijst verwijzen rechtstreeks naar een uitgebreide cv van de kunstenaar.


 

Martin Assig

In het werk van Martin Assig (1959) is altijd een combinatie aanwezig van zinnelijkheid en spiritualiteit. Het menselijk lichaam staat centraal; als een antieke vruchtbaarheidsgodin met talloze borsten maar ook als een kwetsbare behuizing van de ziel.


 

Frank Van den Broeck

Frank Van den Broeck's (1950) tekeningen hebben een karakteristiek en onmiskenbaar handschrift. In beweeglijke lijnen tekent hij voorstellingen die weliswaar concreet maar toch meerduidig zijn. 


 

Seekee Chung

Seekee Chung (1979) maakt werk dat zich het best laat omschrijven als 3-d vensters. In een verdiept rechthoekig kader plaatst ze als in een kijkdoos uitgesneden fragmenten van foto's, naast en achter elkaar.


 

Marie Civikov

Marie Civikov (1979) schildert in heldere, felle kleuren mensen en motieven uit de media die ze in een bühne-achtige setting presenteert. De mensen poseren tussen opzichtige attributen uit de consumptiemaatschappij en hebben onderling nauwelijks contact.


 

Robine Clignett

Robine Clignett (1948) gebruikt in haar werk op papier natuurlijke vormen die ze zodanig reduceert dat ze abstract gaan werken. Een glooiend, donker landschap steekt bijvoorbeeld af tegen een lichte hemel waardoor de kleurvlakken gaan zinderen. In voorbereidende schetsen wordt met slechts een paar lijnen of tonen een beeld ontwikkeld.


 

Robbie Cornelissen

Robbie Cornelissen (1954) heeft een reputatie als tekenaar van reusachtige tekeningen, die naast de afmeting vooral indruk maken door hun enorme gedetailleerdheid. In de bibliotheken, steden of stations die hij afbeeldt is de mens meestal afwezig, de architecturale fantasie behoudt hierdoor een zekere neutraliteit waardoor je als toeschouwer ongestoord door de ruimten kunt dwalen.


 

Karin van Dam

Karin van Dam (1959) is bekend om haar installaties, opgebouwd met materialen als stootkussens voor boten, touw en isolatiebuizen. Ooit gebruikte ze zelfs complete pre-fab kunststof vijvers die ze in de ruimte hing van de Vleeshal in Middelburg. Ze ziet haar installaties als ruimtelijke tekeningen, de toeschouwer kan als het ware door de tekening heen lopen. De grote installaties worden steeds voorbereid in tekeningen op klein formaat. Ook hierin integreert ze vaak ruimtelijke voorwerpen als rubber dopjes, touw en houten stokjes.


 

Marcel van Eeden

Marcel van Eeden’s geboortejaar 1965 is cruciaal in zijn oeuvre. Alle voorstellingen die hij tekent zijn afkomstig uit de tijd vóór zijn geboorte. Dat betekent dat hij werkt naar bestaand beeldmateriaal, dat hij vindt in oude tijdschriften, boeken of kranten. De onderwerpen lopen uiteen van stemmige jaren 50 interieurs, cartoons, branden tot abstracte patronen of teksten. Door het natekenen van deze beelden brengt Marcel van Eeden de tijd die hij zelf niet beleefde als het ware in zijn macht; hij zet haar letterlijk naar zijn hand.


 

Paul van der Eerden

 De tekeningen van Paul van der Eerden (1954) zijn op het eerste gezicht rauw en ongemakkelijk. Vaak is het beeld volkomen plat en wordt de voorstelling in het kader van het blad geperst. Grotesk gestileerde gezichten barsten bijna uit het vlak, soms is de voorstelling ook bewust afgesneden, waardoor die buiten de tekening lijkt door te lopen.


 

Diederik Gerlach

Diederik Gerlach (1956) verwijst in zijn schilderijen regelmatig naar het verleden. Hij put daarbij uit zijn archief van afbeeldingen uit oude reis- en reclamefolders en fotoalbums maar citeert ook uit de kunstgeschiedenis, met name de Duitse Romantiek. Na een zorgvuldig proces van formeren en deformeren krijgen deze beelden een nieuwe gedaante.


 

Christie van der Haak

Christie van der Haak (1950), van huis uit schilder, legt zich de laatste jaren steeds verder toe op het ontwerpen en weven van wandkleden en stoffen. In het Nederlands Textielmuseum Tilburg maakt ze jacquard geweven katoenen wandkleden die als autonome kunstwerken zijn opgevat. In Duitsland laat ze stoffen weven, waarin florale en abstracte motieven worden gespiegeld en verdubbeld tot ingewikkelde patronen, die soms doen denken aan de ontwerpen van Colenbrander.


 

Ingrid van der Hoeven

Ingrid van der Hoeven (1962) richtte zich tot voor kort in haar beelden op de klassieke Indonesische en Chinese vormentaal zoals je die ziet in tempel- en grafarchitectuur. De vrouw wordt daar vaak ingetogen weergegeven als een gestileerde, knielende gestalte. Sinds enige tijd heeft die traditionele, dienende houding plaatsgemaakt voor het zelfbewuste, stoere imago van de vrouw in de hedendaagse mode en films in China.


 

Nour-Eddine Jarram

Nour-Eddine Jarram (1956) integreert in zijn pasteltekeningen portret en landschap. In ‘La voix de son maître' zijn de omtrekken van een man ingebed in een landschap. Uit zijn mond lijken klanken te komen die uitwaaieren in ornamenten en architectonische vormen. Bij andere tekeningen is het landschap dominant en blijken daarin gezichten of gestalten verborgen. De voorstellingen zijn steeds doordrenkt van het samensmelten van een westerse met een Marokkaanse beeldcultuur, wat wordt verstrekt door het gebruik van diepe, verzadigde kleuren.


 

Pascale-Sophie Kaparis

Pascale-Sophie Kaparis (1959) werkt al enige tijd aan een serie inkttekeningen die ze zelfportretten noemt, maar die op het eerste gezicht abstract zijn. In rode inkt tekent ze vormen die lijken op planten of vruchten.


 

Stan Klamer

Stan Klamer (1951) vat het tekenen en schilderen op als een vorm van cartografie. Door de werkelijkheid te abstraheren tot een landkaart ontstaat er ruimte voor het weergeven van ideeën en gedachten. Vaak verbeeldt Stan Klamer eilanden.


 

Rens Krikhaar

Rens Krikhaar (1982) put in zijn tekeningen en schilderijen uit zijn eigen ervaringen, maar verwijst ook naar onderwerpen in de geschiedenis en kunstgeschiedenis die hij in zijn kunst onderzoekt en thematiseert.


 

Heidi Linck

Heidi Linck (1978) onderzoekt in haar tekeningen ruimtes die in onbruik zijn geraakt of verlaten zijn. De basis voor de tekeningen zijn plekken die ze zelf heeft bezocht, waarvan ze foto's en notities opslaat in een steeds groter wordend archief.


 

Dieter Mammel

Dieter Mammel (1965) past in zijn schilderijen een speciale techniek toe. Hij schildert met inkt op onbewerkte canvas dat nat is gemaakt, zodat de kleur uitloopt en zich grillig vertakt. Duidelijk is te zien dat de beelden zijn geschilderd naar fotografische voorbeelden. Eerst waren dat foto's uit zijn eigen familiealbum, die hij later uitbreidde met meer algemene foto's uit de jaren '50 en '60. Deze zogeheten Familienbilder, die bijna alle met groene inkt zijn geschilderd, zijn zowel vertrouwd als confronterend, omdat ze het geluk maar ook de drama's uit de kindertijd terugbrengen.


 

Erik Pape

Erik Pape (1942) diept in zijn schilderijen al jaren één onderwerp uit: Place Stalingrad, een druk verkeersplein in Parijs, waar de metro bovengronds over spoorbruggen met klassieke gietijzeren zuilen rijdt. Hij heeft zich dit onderwerp zo eigen gemaakt dat de schilderijen ver af staan van een oppervlakkige, beschrijvende weergave.


 

Urs Pfannenmuller

Urs Pfannenmüller (1943) bedient zich in zijn installaties en schilderijen van alledaagse, vaak afgedankte voorwerpen, die hij op zo'n manier in de ruimte schikt dat ze hun betekenis verliezen.


 

Ed Pien

De Taiwanees Canadese kunstenaar Ed Pien (1958) geeft in zijn werk uiting aan diepe menselijke angsten. In zijn werk duiken fantastische wezens op; demonen, geesten en spoken die hij met verfijnde elegante penseelstreken op het papier zet. Hiermee zet hij de eeuwenoude traditie in de Westerse en Aziatische kunst voort, van het uitbeelden van de hel.


 

Zeger Reyers

Zeger Reyers (1966) staat bekend om zijn installaties waarin hij de artificiële, door de mens geschapen wereld confronteert met de natuur. Zo liet hij zwammen uit meubels en apparaten groeien en zonk hij stoelen af in de Oosterschelde, om ze te laten overwoekeren door mosselen. In het werk Drumstel (2004) koppelde hij honderd lege oliedrums aan elkaar en legde die in zee. De kluwen olievaten werd zo een door de zee bespeeld instrument dat doffe, bonkende geluiden voortbrengt. Tegelijkertijd liet het de enorme kracht van de zee zien: na zeven weken waren de vaten bijna onherkenbaar gedeukt en geroest


 

Sebastiaan Schlicher

De tekeningen Sebastiaan Schlicher (1975) worden bevolkt door popmuzikanten, secteleden, religieuze fanatici, survivalists, occultisten en politici, die zich in een staat van grote opwinding, woede of melancholie bevinden.


 

Elmar Trenkwalder

De Oostenrijkse kunstenaar Elmar Trenkwalder (1959) roept in zijn tekeningen een barokke wereld op, waarin een eigenaardige vermenging van erotiek en architectuur plaatsvindt. In zijn rijk versierde architectonische ruimtes hebben zuilen fallische vormen en blijken ornamenten opgebouwd uit verstrengelde menselijke figuren.


 

Ronald Versloot

In een van de schilderijen van Ronald Versloot (1964) kijk je op een stilleven met vlot geschilderde glazen, een bloemenvaas en een pot waartussen een man ligt. De verhouding in hun wederzijdse grootte is totaal ongerijmd. De man is piepklein of de voorwerpen van het stilleven zijn bovenmenselijk groot. Bovendien blijkt de man niet geschilderd te zijn maar afgedrukt op het doek met een linosnede.


 

Justin Wijers

Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Met dunne kleurviltstift geeft hij de gehavende lichamen in ijle, precieze lijnen weer. Omdat de lichamen slechts gedeeltelijk zijn ingekleurd en hun omtrek heel licht is aangegeven op het witte beeldvlak van het papier, zien ze er op het eerste gezicht uit als abstracte kleurvlakken of eilanden op een landkaart in een witte zee.


 

Anneke Wilbrink

Anneke Wilbrink (1973) was een van de winnaars van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst 2006. Zij maakt grote schilderijen waarin ze vanuit een abstracte ordening van lijnen en vormen tot figuratie komt. In de schilderijen waarmee ze de Koninklijke prijs won was die figuratie prominent aanwezig in de vorm van schepen en het beroemde ‘Laantje van Hobbema' die ze integreerde in een abstracte achtergrond