archief


Marie Civikov - schilderijen, Justin Wijers - tekeningen

27 november t/m 24 december 2011

Marie Civikov. Early Learning Center, 2011, acrylic and oilpaint on canvas, 200 x 150 cm   Marie Civikov. Rex, 2009, acrylic and oilpaint on canvas, 200 x 280 cm   Marie Civikov, Plastic, 2011, acrylic and oilpaint on canvas, 200 x 290 cm   Marie Civikov, Welcome to Join, 2011, acrylic and oilpaint on canvas, 200 x 290 cm  
Justin Wijers. Asking is Answering, 2011, mixed media on paper, 100 x 140 cm   currJustin Wijers. The tower of Babel, 2011, mixed media on paper, 150 x 350 cm   Justin Wijers. Joy either Way, 2011, mixed media on paper, 50 x 72 cm   Justin Wijers. This is my love for you, 2011, mixed media on paper, 210 x 150 cm   Justin Wijers. There is no denial, 2011, mixed media on paper, 50 x 65 cm   Justin Wijers. The Bear will keep fighting, 2011, mixed media on paper, 50 x 65 cm   Justin Wijers. What will I become? 2011, mixed media on paper, 72 x 50 cm  

Marie Civikov (1979) schildert in heldere, felle kleuren mensen en motieven uit de media die ze in een bühne-achtige setting presenteert. De mensen poseren tussen opzichtige attributen uit de consumptiemaatschappij en hebben onderling nauwelijks contact. Op een van de schilderijen waarmee ze onlangs de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst won lonken twee fotomodellen in bikini op een tank alsof ze een auto aanprijzen op een beurs. De jakhalzen naast de tank geven het beeld een grimmige lading. Op een ander doek overheersen de harde roze kleuren van twee barbiepoppenhuizen. De twee rondborstige vrouwen die ervoor staan hebben geen contact met de kinderen naast hen. Al hun aandacht gaat uit naar de denkbeeldige camera waarvoor ze behaagziek poseren.

Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Hij vult de lichamen op met teksten en kleine afbeeldingen van bloemen, planten en pictogrammen in prachtige, soms psychedelische kleuren. De toeschouwer wordt hierdoor verleid om de tekening van dichtbij te bekijken totdat de totaalvorm van het lichaam naar voren komt en plotseling duidelijk wordt waar je naar kijkt. Justin Wijers confronteert ons zo met een rauwe realiteit die dagelijks tot ons komt in de media maar waar we ons normaal gesproken voor afsluiten. In de recente tekeningen gebruikt Justin Wijers naast de pen (jellyroller) steeds meer de penseel waardoor de voorstelling stevigheid en vaart krijgt. Soms hebben de penseelstreken iets calligrafisch, zoals de baard van een man die lijkt opgebouwd te zijn uit Arabische letters.

 

twenty

21 oktober t/m 20 november 2011


TWENTY Away (location Toussaintkade 55) left to right: Dieter Mammel, Midsummernight's Dream, 2011, ink on canvas, 150 x 95 cm, Robbie Cornelissen, The Gym, 2011, pencil on paper, 330 x 240 cm, Robine Clignett, without title, 2009, tempera o paper, 116 x 154 cm, Ed Pien, Garden of Earthly Delights, 2009, paper installation, 320 x 570 cm   TWENTY Away (Toussaintkade 55) left to right: Rens Krikhaar: Spanish Galleon, 2011, oil on canvas, 30x40 cm, Harnassed the Storm, 2011, oil on canvas, 40x70cm. Ingrid vd Hoeven, IVA and Xue, 2010, mdf underlayment, softboard, 85x45x34cm and 75x57x38 cm. Ronald Versloot, Hang On, 2011, acrylic on canvas, 175x250 cm. Erik Pape, Métro Jaurès, 2011, oil on canvas, 120 x 160 cm. Urs Pfannenmüller, without title, 2011, oil on canvas, 120x150 cm.            TWENTY Away (toussainkade 55) left to right: Christie vd Haak, The State, 2011, installation, jacquard woven fabrics, sizes variable. Jos de l'Orme, Eruptio, 2009, woudcut, 120x160 cm. Ed Pien, Garden of Earthly Delights, 2009, paper installation, 320x570 cm   TWENTY Away (toussaintkade 55) left to right: Robbie Cornelissen, The Gym, 2011, pencil on paper, 330 x 240 cm. Elmar Trenkwalder, WVZ 220, 2009, ceramic, glaze and engobe, 285x90x60cm. Ed Pien, Garden of Earthly Delights, 2009, paper installation, 320x570 cm   TWENTY Away (Toussaintkade 55) left to right: Diederik Gerlach, series Frau (Woman) I - VI, 2011, oil on panel, 6 x 35x42 cm. Rens Krikhaar, Affection part 1 and 2, 2011, negropencil on paper, 2x 19x28 cm. Dieter Mammel, Midsummernight's Dream, 2011, ink on canvas, 150x95cm. Elmar Trenkwalder, WVZ 220, 2009, ceramic, glaze, engobe, 285x90x60cm      TWENTY Away (Toussaintkade 55) Ed Pien, Garden of Earthly Delights (inside of installation), 2009, ink on paper, 320x570 cm  

Twintig jaar geleden opende Galerie Maurits van de Laar op het adres Westeinde 203 in Den Haag. Sindsdien zijn er vele tentoonstellingen georganiseerd en heeft de groep kunstenaars van de galerie zich ontwikkeld. Om stil te staan bij het jubileum worden er twee tentoonstellingen georganiseerd en verschijnt er een jubileum publicatie.

Roel Arkesteijn, conservator van Museum het Domein Sittard, stelt de twee tentoonstellingen samen. Toen hij conservator was van het GEM, Museum voor Actuele Kunst Den Haag, werkte de galerie verschillende keren met hem samen bij tentoonstellingen van Urs Pfannenmüller, Marcel van Eeden en Zeger Reyers in het GEM.

In de galerie in de Herderstraat 6 wordt kleiner werk getoond onder de titel TWENTY, THUIS/HOME. Vooral de tekening komt hier aan bod, die door de jaren heen een rode draad vormde in het expositiebeleid van de galerie. Er is onder meer werk van Frank Van den Broeck, Robbie Cornelissen, Karin van Dam, Marcel van Eeden, Paul van der Eerden, Tobias Gerber, Nour-Eddine Jarram en Stan Klamer te zien.

De andere tentoonstelling TWENTY, UIT/AWAY vindt plaats in de expositieruimte van kunstenaarsinitiatief Quartair aan de Toussaintkade 55 in Den Haag. In deze monumentale ruimte zullen grote en spectaculaire werken worden getoond. Zo bouwt Ed Pien een cilindervormige installatie uit papier op, toont Elmar Trenkwalder een monumentale keramische sculptuur, Robbie Cornelissen de monumentale tekening De Gymzaal en zal Christie van der Haak een installatie maken waarin ze een kamer helemaal bekleedt met haar stofontwerpen.

 

tekeningen

3 september t/m 16 oktober 2011

Marcel van Eeden, Johan Gustavsson, Daniel Jensen, Rens Krikhaar, Sebastiaan Schlicher

Marcel van Eeden, without title, 2011, negropencil on paper, 19 x 28 cm   Johan Gustavsson, without title, 2011, pencil on paper, 50 x 70 cm   Rens Krikhaar, without title, 2011, negropencil on paper, 20 x 22 cm   Daniel Jensen, Half Timbered, 2011, charcoal and graphite on paper, 38 x 28 cm   Sebastiaan Schlicher, Ecstacy of Truth, 2011, pencil on paper,  150 x 244 cm  

Marcel van Eeden (1965) werkt al vele jaren aan een indrukwekkend corpus van virtuoze zwart wit tekeningen die alle zijn gemaakt naar beeldmateriaal uit de periode voor zijn geboorte. De laatste tijd maakt hij series tekeningen die in een bepaalde categorie vallen. Zo waren er series over schepen, occultisme, vliegtuigen en explosies. In deze tentoonstelling toont hij een serie over dromen, waarinmeerdere taferelen in een tekening verenigd worden, als in een droom waar het ene beeld natuurlijk in het andere overvloeit.

Johan Gustavsson (1978) tekent kamers waarin je van bovenaf inkijkt. Dit hoge standpunt schept afstand, alsof je uit je lichaam bent getreden en het vertrek observeert. Vaak zijn zelf gemaakte foto's de basis voor de tekeningen, het atelier of de directe leefomgeving van Johan Gustavsson komen daarom veel voor in de tekeningen. Heel summier tekent hij plint, plafond en meubilair als een setting waarin hij meestal zelf met een of twee andere personen aanwezig is in een vaak eigenaardige, ongemakkelijke situatie.

Daniel Jensen´s (1972) tekeningen lijken een losgeslagen sprookjeswereld weer te geven, waarin dwergen, dieren en monsters optreden. Rudimentair en heel expressief tekent hij de ruige bossen en grotten waarin deze wezens huizen. Zo zie je een sneeuwpop voor een grote kookpot, of een donker gedrochtelijk mannetje op een soort spreekgestoelte. Ze zijn tegelijk grotesk en aandoenlijk, alsof ze hun bizarre, ontaarde wereld willen bezweren met een rituele handeling.

Rens Krikhaar (1982) toont een serie kleine, intieme tekeningen van vaak nachtelijke scènes die doen denken aan droombeelden. Opvallend is dat de manier van tekenen niet lineair is maar opgebouwd met arceringen waarmee volumes en gradaties in licht en donker ontstaan. Vaak zijn de taferelen verstild zoals een vogel die opdoemt in het duister of een man die bij het licht van een kaars bidt voor het eten.

Sebastiaan Schlicher (1975) verbeeldt de wereld van adolescenten die zich beweegt tussen het onzekere zoeken naar identiteit en de heroïek en grootsheid van de popheld. Heel precies en tegelijk half naïef tekent hij de pubers die onhandig poseren of acteren op een podium-achtige ruimte. Opvallend is dat hun ogen zijn weggetekend achter een grijs rondje, waardoor ze anoniem en spookachtig worden.

 

zomeropstelling

10 juni t/m 17 juli 2011

Marie Civikov - schilderijen
Marjolijn van der Meij - tekeningen
Femmy Otten - schilderijen, reliefs

10 juni t/m 17 juli 2011

Marie Civikov. Lucky Bingo Life, 2010, acrylic and oilpaint on canvas, 200 x 240 cm   Marjolijn van der Meij. Waterfall, 2011, charcoal on paper, 240 x 150 cm   Femmy Otten. without title, 2010, wood, plaster, oilpaint. heads 40 x 35 and 30 x 23 cm  

Marie Civikov (1979) schildert in heldere, felle kleuren motieven en mensen uit de media die ze in een vaak bühne-achtige setting presenteert. De mensen lijken te poseren en hebben onderling nauwelijks contact. De speeltuin komt vaker voor in haar werk, normaal gesproken een plaats voor onschuld en plezier. Bij Marie Civikov krijgt deze plek wat navrants, ze schildert er een jonge moeder in die helemaal opgaat in het sms'en op haar twee mobiele telefoons en geen oog heeft voor haar dochter. Op een ander doek staat een wat slonzige zwangere moeder naast een meisje die een sjerp draagt met het opschift MISS TAKE. Van de glijbaan rollen enorme bingo ballen, qua vorm een herhaling van de buik van de moeder, maar vooral een aankondiging voor de loterij die het leven voor haar kinderen in petto zal hebben.

Marjolijn van der Meij (1970) maakt grote houtskooltekeningen waarin ze vaak uitgaat van oude groepsfoto's van studenten of gezelschappen op een feestje of een uitje. Ze verplaatst ze naar een eigenaardig nieuw decor, waardoor de vanzelfsprekendheid van de oorspronkelijke foto verdwijnt en de onderlinge verhoudingen van de mensen opnieuw moeten worden bekeken. Zo zit een groep mannen en vrouwen hand in hand tijdens een séance waarbij een enorme rotspartij met waterval opdoemt die de kamer tot het plafond toe vult. Andere voorstellingen lijken natuurlijker maar hebben toch een verontrustende atmosfeer zoals het groepje jongeren dat op een koude winterdag op een desolate rivieroever danst op de muziek van een draagbare radio. Steeds is een gevoel van
ontheemdheid en vervreemding aanwezig.

Femmy Otten (1981) schildert gezichten van mensen uit haar directe omgeving maar werkt ook naar foto's en portretten uit de kunst-geschiedenis. Stuk voor stuk zijn ze met grote aandacht en liefde gemaakt, ze hebben eenzelfde ontwapenende teerheid en zuiverheid als bijvoorbeeld Madonna's uit de vroege renaissance. Na het schilderen knipt Femmy Otten de gezichten vaak los uit het grotere stuk linnen, waardoor ze als geïsoleerde lapjes kunnen worden gecombineerd. Sinds een paar jaar snijdt ze ook portretten in hout die ze daarna met eitempera beschildert en met stuc als een bas reliëf tegen de wand bevestigt. Als contrapunt schildert ze op diezelfde witte wand geometrische vormen die de gezichten opladen en scherpte geven. Zo brengt ze motieven en vormen bij elkaar als een verzamelaar voor wie de schatten van de schilderkunst, hoe verschillend van karakter ook, even waardevol en dierbaar zijn.

 

 

 

Die Zeit Ist Jung. Diederik Gerlach - schilderijen

1 mei t/m 5 juni 2011

Diederik Gerlach. Stimmung II, 2011, acrylic on panel, 36 x 26 cm   Diederik Gerlach. Waldkammer IV, 2010, acrylic on panel, 24 x 28 cm   Diederik Gerlach. Waldkammer IV, 2011, acrylic on panel, 22 x 34 cm   Diederik Gerlach. Quelle I, 2011, acrylic on panel, 27 x 23 cm  

Diederik Gerlach (1956) laat vijfentwintig kleine schilderijen op paneel zien, opgedeeld in vijf thema's met titels als Humor, Einsam of Stimmung. De titel van de tentoonstelling zelf: Die Zeit Ist Jung is een knipoog naar het lied Die Welt War Jung, ooit vertolkt door Marlene Dietrich. Ook in zijn schilderijen verwijst Diederik Gerlach regelmatig naar het verleden. Hij put daarbij uit zijn archief van afbeeldingen uit oude reis- en reclamefolders en fotoalbums maar citeert ook uit de kunstgeschiedenis, met name de Duitse Romantiek. Na een zorgvuldig proces van formeren en deformeren krijgen deze beelden een nieuwe gedaante. Vaak is dat een alpine wereld die verborgen lagen en citaten bevat. De ruimte in het schilderij is meestal dubbelzinnig, aan de randen wordt de voorstelling afgebroken of het beeld wordt verticaal in tweeën gedeeld als een opengeslagen boek. Vaak plaatst Diederik Gerlach midden in het beeld een ornamentale of embleemachtige vorm. Zo'n Fremdkörper zet het schilderij in beweging: de ogenschijnlijk vertrouwde voorstellingen die herinneren aan oude reisfoto's of ansichtkaarten worden hiermee op scherp gezet en krijgen een bredere betekenis. Diederik Gerlach beschouwt de grondslag van zijn werk als autobiografisch, maar het schilderij is geen reconstructie van zijn herinneringen. Er is eerder sprake van een sublimatie van het verleden, hij creëert als het ware geheel nieuwe herinneringen die autobiografisch zouden kunnen zijn.

Als een aanvulling op zijn eigen werk nodigt Diederik Gerlach elf kunstenaars uit om een werk te tonen dat op een of andere manier verband houdt met de romantiek: Martin Assig, Andrea Baumgartl, Frank Van den Broeck, Seekee Chung, Robine Clignett, Marcel van Eeden, Tobias Gerber, Dieter Mammel, Erik Pape, Hélène Penninga en Ronald Versloot zullen één wand in de tentoonstelling vullen met een romantisch werk.

 

 

Karin van Dam, Sandro Setola - (ruimtelijke) tekeningen

27 maart t/m 23 april 2011

Karin van Dam. Landscape with trees, pencil, felt, rope on paper, 41 x 30 x 9 cm   Karin van Dam. Fuji I, 2010, pencil, photo, wood, rope, thimbles on paper, 40 x 28 x 3 cm   Karin van Dam. Rotating City III, 2010, pencil, photo, felt, wood, rope on paper, 43x35x4 cm   Karin van Dam. City Web Tokyo (detail), 2010, punched out street maps, 230 x 400 cm  

Karin van Dam (1959) is bekend om haar installaties, opgebouwd met materialen als stootkussens voor boten, touw en isolatiebuizen, die zij ziet als ruimtelijke tekeningen. De toeschouwer kan zo als het ware door de tekening heen lopen. Eind 2009 werkte Karin van Dam als artist in residence in Tokyo, waar ze onmiddellijk werd geïntrigeerd door de fragiliteit van deze mega stad, waar de wolkenkrabbers rusten op enorme veren om ze aardbevingsbestendig te maken. Zij stelde zich dat voor als een fijnmazige structuur onder de stad die ze weergaf in kleine tekeningen op papier waarin ze ook voorwerpen als vingerhoedjes, touw, satéprikkers en fotofragmenten verwerkte. Ook liet ze een groot aantal zeer gedetailleerde stadsplattegronden gedeeltelijk uitstansen, om ze daarna als een organisch geheel in elkaar te vlechten en tegen de muur te hangen. Met de recente televisiebeelden uit Japan van onherkenbaar verwoeste kuststeden krijgt dit werk een indringende actualiteit. Verder is de film Bumping Tumble te zien, gemaakt in samenwerking met Marcel Prins, van een installatie die Karin van Dam in 2008 in Museum Boijmans van Beuningen bouwde.

 

Sandro Setola. Beachhouse (Interior VI), 2011, charcoal and chalk on paper, 85 x 189 cm   Sandro Setola. Beachhouse (Sideview III), 2011, charcoal on paper, 85 x 183 cm   Sandro Setola. Beachhouse (Night, Mist), 2009, charcoal and chalk on blackboard, 120 x 240 cm   Sandro Setola. Beachhouse (Night), 2008, charcoal and chalk on blackboard, 150 x 300 cm  

Sandro Setola (1976) toont een serie tekeningen op groot formaat waarin een grotachtige ruimte in een steeds veranderende gedaante terugkeert. Het beeld van de grot is afkomstig uit een zeer indringende droom die Setola ooit had. Hij noemde de ruimte Beachhouse omdat hij zich op het strand bevindt direct grenzend aan de zee. Twee tekeningen zijn uitgevoerd in witte lijnen op een gitzwarte ondergrond die het beachhouse spookachting doen opdoemen. Hier kijk je tegen de buitenkant aan, de vorm doet denken aan een reusachtige schelp die zweeft boven de branding van de zee. Andere werken zijn in houtskool getekend op een blauwe of witte ondergrond, en tonen het interieur waar licht in valt door de kristalvormige openingen bovenin. De grot is natuurlijk, maar lijkt deels ook door mensenhand gebouwd, in de verte herinnerend aan de ontwerpen gebaseerd op kristalstructuren van de Duitse architect Bruno Taut. Als ultieme verwerkelijking van zijn droombeeld liet Sandro Setola de grot ook in brons gieten: een schelpvormig model van ongeveer 40 cm diameter waar je de bovenste schaal van kunt af lichten.

 

 

Ingrid van der Hoeven: sculpturen Justin Wijers: tekeningen

20 februari t/m 20 maart 2011


Ingrid van der Hoeven. Xue I, MDF and softboard, 55 x 42 x 28 cm   Ingrid van der Hoeven, 3 busts, 2010, PU-foam, acrylic resin, pigment, glasspearls, 3x 41x35x20 cm   Ingrid van der Hoeven, 4 busts, 2010, PU-foam, acrylic resin, pigment, glasspearls, 4x 41x35x20 cm   Ingrid van der Hoeven, Look Up, 2011, PU-foam, acrylic resin, pigment, glasspearls, 141 x 98 x 78 cm  
Justin Wijers. Is this before of after the revolution? 2011, acrylic, acrylic ink, india ink, 65 x 50 cm   Justin Wijers. Corona! Go and lay yourself down under the juniper tree (detail), 2010, acrylic, acrylic ink, jellyroller, pencil on paper, 140 x 100 cm   Justin Wijers. On the banks of the river Tigris, 2010, acrylic ink, india ink, jellyroller, pencil on paper, 100 x 140 cm   Justin Wijers. this is still here, 2011, acrylic ink on paper, 76 x 55 cm   Justin Wijers. Now bring in the Wolf, 2010, acrylic ink, jellyroller, india inkl on paper, 72 x 50,5 cm  

Ingrid van der Hoeven (1962), zelf van Indische komaf, richt zich in haar sculpturen op het beeld van de Aziatische vrouw, die zich uit haar traditionele, onderdanige positie heeft losgemaakt tot een zelfbewuste, weerbare vrouw. Haar beelden rijzen vanaf het middel op vanaf de grond. Hun houding is zowel krachtig, zelfbewust als ingetogen en verstild, het hoofd vaak naar boven gericht. De beelden zijn uit verschillende lagen opgebouwd uit neutraal gekleurd mdf, zachtboard, en meer recent uit polyurethaan. De lijmnaden tussen de lagen worden gekleurd met pigment die de rondingen van de vrouwen accentueert en de beelden dynamiek en scherpte geeft. Ingrid van der Hoeven vindt het beeldmateriaal voor haar sculpturen in Aziatische modebladen en kalenders, maar ook in het straatbeeld in Rotterdam waar een veelheid van culturen samensmelt. In het atelier fotografeert ze zichzelf in de houdingen van de Aziatische modellen. Hiermee wordt ze zelf het uitgangspunt van de sculpturen en onderzoekt ze ook haar eigen identiteit als Nederlandse met een gemengde culturele achtergrond. 

Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Met dunne kleurviltstift geeft hij de gehavende lichamen in ijle, precieze lijnen weer. Op het eerste gezicht zien ze eruit als abstracte kleurvlakken of eilanden op een landkaart in een witte zee. Op het lichaam en in de vlekken eromheen schrijft Justin Wijers teksten en tekent hij bloemen, planten en pictogrammen in bonte psychedelische kleuren. De toeschouwer verliest zich eerst in de details en de teksten totdat de totaalvorm van het lichaam naar voren komt. Justin Wijers confronteert ons zo met een rauwe realiteit die dagelijks tot ons komt in de media maar waar we ons normaal gesproken voor afsluiten. In de recente tekeningen richt hij zich steeds meer op het gezicht, waardoor de identificatie met de afgebeelde personen directer en tegelijk intiemer, bijna teder wordt.

 

Nour-Eddine Jarram, Pascale-Sophie Kaparis - tekeningen, litho's

9 januari t/m 6 februari 2011

Nour-Eddine Jarram. La compagnie, 2010, pastel on paper, 50 x 60 cm   Nour-Eddine Jarram. Maturation, 2010, pastel on paper, 50 x 60 cm   Nour-Eddine Jarram. L'invité, 2010, pastel op papier, 50 x 60 cm   Nour-Eddine Jarram. La proie, 2010, pastel op papier, 50 x 60 cm  
Pascale-Sophie Kaparis. Selfportrait (130), 2010, ink and Tipp Ex on paper, 50 x 65 cm   Pascale-Sophie Kaparis. Selfportrait (129), 2010, ink and Tipp Ex on paper, 50 x 65 cm   Pascale-Sophie Kaparis. Disorder (122), 2010, ink and Tipp Ex on paper, 50 x 65 cm   Pascale-Sophie Kaparis. Disorder (116), 2010, ink and Tipp Ex on paper, 50 x 65 cm  

Nour-Eddine Jarram (1956) tekent glooiende landschappen in verzadigde kleuren waarin figuren zijn verborgen. Het lijken beelden uit een droom of hallucinatie, in de plooi van een berg licht een gezicht op, een heuvel vormt de schouder van een man. Tijdens het tekenen wordt de ene vorm door de andere opgeroepen. Jarram heeft geen vooropgezet beeld in gedachten, hij ziet het tekenen als een reis die hij zonder aanwijzingen steeds zoekend moet maken. Door de warme aardkleuren, diepe blauwen en de elegante, soms calligrafische lijnvoering hebben de pasteltekeningen een onmiskenbaar niet westers karakter. Jarram, opgeleid in Casablanca en later in Enschede, verenigt in zijn werk een abstracte vormtaal met meer verhalende en figuratieve elementen die steeds via een omweg in de voorstelling worden ingepast.

Pascale-Sophie Kaparis (1959) debuteert in de galerie. Zijn toont een serie inkttekeningen die ze zelfportretten noemt, maar op het eerste gezicht abstract zijn. In rode inkt tekent ze vormen die lijken op planten of vruchten. Ze zijn aan elkaar verbonden tot een stelsel, de ene vorm logisch op de andere aansluitend. Steeds is er halverwege de voorstelling een horizontale lijn getrokken die het geheel doorsnijdt. Na enige tijd besef je dat het organische stelsel de opengewerkte binnenkant van een lichaam weergeeft, abrupt in tweeën gedeeld door de horizontale cesuur midden in het beeld. In de litho's gaat ze ook uit van een opengewerkt lichaam. De basisvorm wordt daarna uitgebreid met rode inkt en gedeeltelijk weggewerkt met tipp ex in een serie van 15 nieuwe werken die nog nauwelijks tot het origineel zijn terug te voeren.

Parallel aan haar tentoonstelling in de galerie exposeert Pascale-Sophie Kaparis tekeningen en schilderijen in het Maison Descartes in Amsterdam, van 14 januari t/m 25 januari. De opening is op vrijdag 14 januari om 17.00 uur met een discussie tussen Pierre Wat, kunsthistoricus en Michiel Plomp, conservator van het Teylers Museum Haarlem. www.maisondescartes.com

 

Galeri Daire hosts Galerie Maurits van de Laar

3 december t/m 8 januari 2011


Galeri Daire, Istanbul. Work of Seekee Chung in window shop   Ed Pien, cut out drawings: Flags, Enchantment en Hide Out   Ed Pien, cut out drawings Hide Out, The Bird Keeper and view through to room with Seekee Chung's 3d window   back room with Justin Wijers' drawings   back room with Seekee Chung's 3d windows and Zeger Reyers' videos   Galeri Daire by evening  

 

Op Contemporary Istanbul 2010 deelde Galerie Maurits van de Laar een stand met Galeri Daire uit Istanbul. Aansluitend  is Galerie Maurits van de Laar te gast in Galeri Daire in Tophane, Istanbul met nieuwe 3d vensters van Seekee Chung, cut out drawings van Ed Pien, tekeningen van Justin Wijers en video's van Zeger Reyers. Tophane is de nieuwe hot spot voor galeries, mede door een opstootje eind september waarbij galeriebezoekers werden belaagd tijdens openingen bij twee galeries.

De expositie werd vrijdag 3 december geopend door Daniël Stork, cultureel attaché van het Nederlands Consulaat. www.dairesanat.com

 

MILKWOOD Johan Tahon - sculpturen

14 november t/m 24 december 2010


Johan Tahon. Foucault (Magnet), 2009, ceramic, white glaze, engobe, 66x53x26 cm   Johan Tahon. Octagon I and II, 2010, ceramic, white glaze, 2 times 44x35x35cm   Johan Tahon. Stellar Self, 2010, ceramic, white glaze, 62x41x46 cm   Johan Tahon. Liminal Point, 2010, ceramic, white glaze, 40x19x25 cm  

Johan Tahon (1965) toont in Galerie Maurits van de Laar de installatie MILKWOOD, vergelijkbaar met het werk dat hij presenteerde op Watou 2009, het jaarlijkse festival voor beeldende kunst en literatuur in West Vlaanderen. In de ruimte vertakken zich gipsen ‘lianen' waaruit keramische hoofden groeien als paddenstoelen op de sporen van een zwam die grillig uitdijt. Daarnaast zullen ook recente keramische en gipsen sculpturen in een meer traditionele opstelling worden getoond. Lees hier het interview in NRC-Handelsblad

In Tahon's werk staat de mens centraal, die hij vaak weergeeft als een uitgerekte, breekbare gestalte. Zijn beelden geven uiting aan sterke emoties en tonen daarnaast een verlangen het menselijke tekort te ontstijgen en toegang te krijgen tot het hogere. Tot 2006 werkte Tahon uitsluitend in gips, dat hij na het uitharden met een bijl bijkapt tot de gewenste vorm. Het proces van opbouwen en bijwerken is sterk gevoelsmatig en intuïtief, wat zich vertaalt in het zoekende en kwetsbare dat zijn mensbeelden uitdrukken. Steeds is een notie aanwezig van de nietigheid van de mens tegenover het universum, of de onvolkomenheid van de mens tegenover het goddelijke, waarmee Tahon uiting geeft aan een basaal zoeken naar spiritualiteit.

Ook in de keramische beelden overheerst de mensfiguur. Het werken in klei stelt andere eisen, het werkproces bestaat eerder uit het toevoegen en modelleren van het materiaal, tegelijk is een grotere detaillering en verfijning mogelijk ten opzichte van de gipsen beelden. Vaak wordt van een hoofd of andere vorm een mal gemaakt die daarna weer wordt gebruikt als element in nieuwe beelden. Kenmerkend is het expressieve toepassen van witte glazuur, die grillig op de beelden wordt aangebracht. 

Johan Tahon wordt beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse beeldhouwers van België. Hij werk ontdekt midden jaren 90 door Jan Hoet, die zijn werk voor het eerst toonde tijdens de openingsexpositie van het SMAK; De Rode Poort in 1996. Zijn werk is tentoongesteld in museums in België, Nederland en Duitsland. Verder heeft hij grote opdrachten gerealiseerd in België en Nederland, o.a. het veertien meter hoge gipsen beeld New Seismo in het Ministerie van Financiën in Den Haag.

Parallel aan de expositie in de galerie heeft Johan Tahon een solotentoonstelling in De Nederlandsche Bank, 12 november t/m 19 december, Westeinde 1, 1017 ZN Amsterdam. De tentoonstelling is op donderdag en vrijdag op afspraak te bezoeken, legitimatie verplicht, aanmelden op (020) 524 36 40 of e-mail: kunstcommissie@dnb.nl. Tot 9 januari 2011 heeft Johan Tahon een overzichtstentoonstelling getiteld Der Traum des Bildhauers, in het Gerhard Marcks Haus in Bremen: www.marcks.de


 

Rens Krikhaar Erik Pape - schilderijen

3 oktober t/m 7 november 2010

Rens Krikhaar. Viewmaster, 2010,  oilpaint on canvas, 120 x 150 cm   Rens Krikhaar. The Park, 2008, acrylic and ink on canvas, 150 x 150 cm   Rens Krikhaar. House of Pancakes, 2010, oilpaint on canvas, 120 x 150 cm  
Erik Pape. Place Stalingrad, 2010, oilpaint on canvas, 170 x 190 cm   Erik Pape. Place Stalingrad, 2010, oilpaint on canvas, 120 x 160 cm   Erik Pape. Place Stalingrad, 2010, oilpaint on canvas, 150 x 180 cm  

Rens Krikhaar (1982) exposeert voor het eerst in de galerie. De voorstellingen in zijn schilderijen lijken vertrouwd maar hebben op het tweede gezicht een onbestemde, raadselachtige spanning. In het werk The Park zie je een man op de rug die een schaap tussen zijn benen klemt. Ze worden beschenen door een mysterieus wit licht. Wordt het schaap geschoren of geslacht, waarom op deze plek en wat zijn de vier zuilen rondom de man? Krikhaar geeft slechts aanwijzingen en laat de toeschouwer gissen. In andere schilderijen bereikt hij spanning door met formele middelen te spelen. De lucht boven een alpenlandschap is hard roze en helemaal vlak geschilderd, uit de houten schuur op de voorgrond schijnt een rare oranje gloed. Ook verschijnen eigenaardige bouwwerken die hem opvielen tijdens een recente reis door Japan. Steeds doorbreekt Krikhaar op een subtiele manier ons verwachtingspatroon waardoor hij de voorstelling vitaliseert en scherpte geeft.

Naast debutant Krikhaar exposeert de zeer ervaren schilder Erik Pape (1942) die nieuwe schilderijen toont van het Parijse Place Stalingrad, het onderwerp dat hij al jaren uitdiept. De huidige schilderijen zijn zeer expressief en bijna abstract, nog slechts summier zijn de contouren van het bovengrondse metro viaduct aangegeven. De rest van de voorstelling bestaat uit dynamische penseelstreken waarmee lucht en de bomen als beweeglijke partijen op het doek worden geschilderd. Het gaat niet om de directe verschijningsvorm van het plein maar om het vangen van de ruimte en dynamiek van de plek, die hij elk jaar bezoekt om hem opnieuw te bestuderen en te beleven.

 

Face to Face

29 augustus t/m 26 september 2010

Jos de l'Orme. without title, 2010, woodcut, 40 x 30 cm   Frank Van den Broeck. Dream within a dream, 2009, (colour) pencil on paper, 37,5 x 31,5 cm   Ronald Versloot. Brewing, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Diederik Gerlach. Polonia II, 2010, gouache on paper, 73 x 55 cm   Tobias Gerber. Vater und Sohn, 2010, charcoal on paper, 81 x 61 cm   Justin Wijers. The Big Rip, 2009, jellyroller, watercolour, gouache on paper, 72 x 50,5 cm  

In Face to Face komen het portret en het gezicht in brede zin aan bod. Jos de l'Orme (1962) die uitsluitend houtsnedes maakt, gebruikt vaak portretten in zijn werk. In de expositie laat hij portretten van mensen zien maar ook van de massieve kop van een wolf, die de toeschouwer ondoorgrondelijk aankijkt. Ook in het werk van Frank Van den Broeck (1950) keert het portret regelmatig terug. Vaak zijn het maskerachtige gezichten die subtiele, fijne trekken hebben of juist demonisch en intens zijn. Meestal zweven ze in het beeldvlak zonder verdere aanduiding van een lichaam wat ze nog mysterieuzer maakt. Bij Ronald Versloot (1965) is er vaak iets verborgen in het portret, de bovenkant van de breedgerande hoed van een jonge vrouw blijkt te bestaan uit hersenen of de rimpels in het voorhoofd van een man zijn letterlijk in het papier gekrast.

Bij Diederik Gerlach (1956) is er geen sprake van directe portretten. Gerlach roept met een summiere aanduiding van een berglandschap of een Duits vakwerkhuis een sfeer op van een vakantiefolder uit de jaren vijftig. Op de voorgrond plaatst hij een man of vrouw. Hiermee creëert hij een portret in bredere zin waarin omgeving en figuur worden teruggebracht tot hun karakteristieken. Tobias Gerber (1961) toont het portret via een omweg. Zo kijk je een vrouw op de rug die in een atelier bezig is een zelfportret te schilderen, haar gezicht is te zien in de kleine ronde spiegel die ze vasthoudt. In de tekening ‘Viert' zie je een bestuurder en bijrijder in een auto. Ze kijken achterom naar de twee vrouwen op de achterbank die nog net en profil te zien zijn. Justin Wijers (1981) tekent met veel aandacht voor detail de gezichten van mensen die zijn omgekomen door een ongeluk of geweld. Hij vult de gezichten gedeeltelijk in met teksten en miniaturen van planten, dieren of pictogrammen in aantrekkelijke kleuren. De toeschouwer wordt zo verleid de tekening van dichtbij te bekijken waardoor de gruwelijke realiteit van de voorstelling pas later tot je doordringt..

 

Seekee Chung: 3-d vensters, Ed Pien: tekeningen, video

6 juni t/m 22 augustus 2010

Seekee Chung. Translucent 2, 2009, mixed media, 42x58x7 cm   Seekee Chung. Translucent 4, 2009, mixed media, 42x58x7 cm   Seekee Chung. Translucent 3, 2009, mixed media, 42x58x7 cm  
Ed Pien. Crawl, 2010, digital print on cut out paper, 78 x 117  cm   Ed  Pien. The Birdkeeper, 2010, cut out paper, ink, 92 x 126 cm   Ed Pien.  The Hunted, 2010, digital print on cut out paper, 78 x 117 cm  

Seekee Chung (1979) maakt werk dat zich het best laat omschrijven als 3-d vensters. In een verdiept rechthoekig kader plaatst ze als in een kijkdoos uitgesneden fragmenten van foto's, naast en achter elkaar. Het venster is afgesloten met matglas waardoor de voorstelling diffuus wordt en een omfloerste diepte krijgt. Seekee Chung zoekt de elementen voor haar voorstellingen op het internet. Vaak zijn dat interieurs waarin het licht van buitenaf door een raam of venster binnenvalt, natuurlijke vormen van bomen en planten en hier en daar een aanduiding van mensen. Hiermee stelt ze een nieuwe wereld samen, die achter het matglas opdoemt als in een droom of als een herinnering die niet helemaal scherp is. Die suggestie wordt versterkt door de vensters vanaf de achterkant aan te lichten in een subtiel, geheimzinnig licht.

Ed Pien (1959), geboren in Taiwan en woonachtig in Toronto, brengt in zijn werk elementen uit de westerse en aziatische beeldcultuur samen. Vaak zijn dat fabelwezens en demonen die hij in beweeglijke verfijnde lijnen op papier zet. Ook maakt hij zogeheten cut out drawings, waarin voorstellingen van dichte bossen met daarin menselijke figuren uit het papier worden gesneden. De figuren en wezens in zijn recente werk zijn gebaseerd op klassieke werken uit de Chinese literatuur als Journey to the West and The Classics of Mountains and Seas. Verder is in de tentoonstelling de video Shadow Play te zien waarin Ed Pien zich beweegt door een installatie met uitgesneden papier en netwerken van touwen die steeds transformeert door een dynamische, dramatische belichting.

 

 

Ronald Versloot

25 april t/m 23 mei 2010

Ronald  Versloot. Deep Inside, 2010, acrylic and linoprint on canvas, 100 x 160  cm   Ronald  Versloot. Lookout, 2009, acrylic and linoprint on canvas, 150 x 200 cm   Ronald  Versloot. No news, 2009, acrylic on canvas, 150 x 200 cm   Ronald  Versloot. Over and over, 2009, acrylic and linoprint on (cut) canvas, 80  x 60 cm (+ 51 x 15 cm)  
Ronald Versloot. Inner Thoughts, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Ronald  Versloot. Carry Me, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Ronald  Versloot. Burning, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Ronald  Versloot. I Wish, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Ronald  Versloot. Fire, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm   Ronald  Versloot. Scar, 2010, pastel on paper, 96 x 64 cm  

Ronald Versloot 's (1964) handelsmerk is het toepassen van de linodruk in schilderijen. Met slechts enkele streken zet hij heel raak een landschap of interieur neer, waarin hij menselijke figuren met een linosnede afdrukt. De linofiguren zijn als het ware acteurs die in de geschilderde setting optreden. De vraag of nu het geschilderde of het afgedrukte werkelijk is wordt versterkt door de vaak raadselachtige voorstelling. Steeds lijk je het moment te zien vlak voor of na een dramatische gebeurtenis. In de nieuwste schilderijen gaat Versloot nog een stap verder. Hij snijdt het gezicht van een geportretteerde man of vrouw gedeeltelijk los van het doek en laat dat naar beneden hangen. De illusie van het schilderij wordt hiermee aangetast en tegelijk verrijkt: de figuur maakt zich los uit het doek en komt de ruimte in. In zijn pasteltekeningen tast hij ook het vlak van de voorstelling aan door gaten in het papier te maken of het gedeeltelijk te verbranden. De jurk van een vrouw geeft hij echte schroeivlekken en een rokende man laat hij daadwerkelijk een gat in het papier branden.

 

 

Jan Brokof, Stan Klamer - collages, houtsnedes, tekeningen

21 maart t/m 18 april 2010

 

Jan Brokof. Revolutionär, 2009, woodcut (2/3), 76 x 50 cm   Jan  Brokof. Paris, 2004, woodcut (1/3), 60 x 40 cm   Jan Brokof. Ich reise allein, 2009, collage on wood, 200 x 400 cm   Jan  Brokof. Ewige Kerze, 2009, woodcut (2/3), 65 x 50 cm  
Stan Klamer.  Spain, 2009, pencil on paper, 50 x 65 cm   Stan Klamer.  Without title, 2010, pencil, ink, watercolour on paper, 50 x 65 cm   Stan Klamer.  Without title, 2009, pencil, ink, watercolour on paper, 50 x 70 cm   Stan Klamer.  Without title, 2010, pencil, watercolour on paper, 50 x 70 cm  

Jan Brokof (1977) groeide op in de voormalige DDR, de leefwereld en vormgeving van zijn jeugd, zoals de Plattenbau flatgebouwen, speelt een belangrijke rol in zijn werk.
Ooit maakte hij in houtsnede op ware grootte een drie-dimensionale reconstructie van zijn jongenskamer, compleet met sanseveria's in de vensterbank en posters van Billy Idol, Baywatch en Madonna aan de wand. Daarnaast maakt hij meer vrije voorstellingen in vrolijke kleuren en een affiche-achtige stilering, waarin menselijke interactie en sociale verhoudingen worden verbeeld. In de tentoonstelling is onder meer het werk Ich reise (allein) te zien. Hierin wordt in een collagetechniek een leefwereld getoond vanuit het perspectief van een kind: met een schoolbord, een moederfiguur, maar ook wolven in een bos, gestileerde monsters en doodskoppen.

Stan Klamer (1951) vat het tekenen en schilderen op als een vorm van cartografie. Door de werkelijkheid te abstraheren tot een kaart ontstaat er ruimte voor het weergeven van ideeën en gedachten. Vaak verbeeldt Stan Klamer eilanden. Het eiland vormt een in zich gesloten wereld die door zijn geïsoleerde ligging ruimte biedt aan experimenten en de ontwikkeling van fantasieën. In andere tekeningen zie je lijnenstelsels die doen denken aan de plattegrond van een metro. Zo wordt je van een punt naar het andere gevoerd, langs steeds veranderende planten en bloemen. Soms is de reis ook expliciet zoals in de tekening waar met symbolen en pictogrammen de reis van Odysseus wordt verbeeld.

 

 

Dieter Mammel, Justin Wijers - schilderijen, tekeningen

21 februari t/m 14 maart 2010

Dieter  Mammel. Under Deep Water, ink on canvas, 180 x 100 cm   Dieter  Mammel. Without title, 2008 ink on canvas, 65 x 80 cm   Dieter  Mammel. Time to change, 2009, ink on canvas, 140 x 90 cm   Dieter Mammel.  Nina, 2008, ink/canvas, 220x90 cm   Dieter Mammel.  Jumping Boys, 2009, ink on canvas, 80 x 155 cm  
Justin Wijers. Welcome to burnout paradise, 2009, jellyroller,  watercolour, gouache on paper, 65 x 50 cm   Justin Wijers. The Kennelclub, 2010, jellyroller, watercolour,  gouache on paper, 140 x 100 cm   Justin Wijers. Tis/Soo, 2009, jellyroller, watercolour, gouache on  paper, 140 x 100 cm   Justin Wijers. It is because of evolution we can believe, 2009,  jellyroller, watercolour, gouache on paper, 65 x 50 cm   Justin Wijers. Ce n'est pas une fleur, 2009, jellyroller,  watercolour, gouache on paper, 72 x 50,5 cm  

Dieter Mammel's (1965) schilderijen uit de serie Privacy tonen directe, vaak intieme beelden van mensen die naakt en kwetsbaar hun emoties tonen. Door zijn schildertechniek, waarin inkt grillig uitvloeit op nat gemaakt canvas, wordt de afbeelding omfloerst en ontstaat een noodzakelijke afstand tot het onderwerp. Naast de heftige emoties schildert hij ook mysterieuze en verstilde beelden zoals een intens brandend vuur of een zwemmende jongen die je vanuit een standpunt onder water ziet. Dit schilderij Under Deep Water verwijst naar de gelijknamige film die Dieter Mammel onlangs afrondde. Een jongen duikt in het water ontmoet daar allerlei fantastische wezens en komt daarna als volwassen man boven water in de Bosphorus in Istanbul. Under Deep Water gaat in mei in première in Istanbul en het Duitse Hagen in het kader van Istanbul Europese Culturele Hoofdstad 2010 en Ruhr 2010. zie: http://www.arte.tv

Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Met dunne kleurviltstift geeft hij de gehavende lichamen in ijle, precieze lijnen weer. Omdat de lichamen slechts gedeeltelijk zijn ingekleurd en hun omtrek heel licht is aangegeven op het witte beeldvlak van het papier, zien ze er op het eerste gezicht uit als abstracte kleurvlakken of eilanden op een landkaart in een witte zee. Op het lichaam en in de vlekken eromheen schrijft Justin Wijers teksten en tekent hij bloemen, planten en pictogrammen in bonte kleuren, die bijna psychedelisch aandoen. Met veel gevoel en aandacht voor detail vult hij de lichamen in als een teder laatste eerbetoon. De toeschouwer verliest zich eerst in de prachtige kleuren en de vele details totdat de totaalvorm van het lichaam naar voren komt. Justin Wijers confronteert ons zo met een rauwe realiteit die dagelijks tot ons komt in de media maar waar we ons normaal gesproken voor afsluiten.

 

Tobias Gerber, Jos de l'Orme - houtsnedes, tekeningen, Scherenschnitte

17 januari t/m 14 maart 2010

Jos de l'Orme. Manspersoon, 2009, houtsnede, 70 x 50 cm   Jos de l'Orme. Abel hits back. 2009, woodcut, 365 x 480 cm  
Tobias Gerber Nagelfetisch, 2009, uitgesneden tekening,  60 x 80 cm   Tobias Gerber Katzenstrafe, 2009, uitgesneden tekening,  60 x 80 cm   Tobias Gerber. Veronika, hell, 2009, houtskool op papier, 80 x 60 cm   Tobias Gerber Torte, 2009, houtskool op papier, 80 x 60 cm  

Jos de l'Orme (1962) legt zich al jaren toe op het maken van houtsneden. Vaak toont hij niet de afdruk maar de houten plaat zelf die eerst zwart wordt gemaakt. De voorstelling wordt daarin gegutst en heeft daardoor de natuurlijke warme kleur van het hout. Kenmerkend is de golvende lijnvoering waarmee de l'Orme landschappen en dieren weergeeft, maar ook portretten waarin de gutsen als hoogtelijnen of tatoeages op het gezicht lijken te liggen. Het hoofdwerk in de expositie is een enorme houtsnede, opgebouwd uit meerdere houten platen, waarop het Bijbelse verhaal van Kaïn en Abel een hedendaagse uitgave krijgt. Beiden zijn als kickboxers weergegeven met boxhandschoenen, shorts en kniebeschermers. Abel is hier niet de onderliggende partij, maar gaat weerbaar en zelfbewust het gevecht met zijn broer aan. Hierdoor krijgt de strijd tussen het goede en het kwade een nieuwe dimensie met een onbesliste afloop.

Tobias Gerber's (Düsseldorf 1961) Scherenschnitte hebben net als Jos de l'Orme's houtsneden een grafisch karakter en sterke zwart wit contrasten. Gerber speelt met het gegeven van het spiegelen in de uitgeknipte tekening. De bekende rij mannetjes die je zo uit het papier knipt dat ze elkaars hand vasthouden zijn bij hem geëvolueerd tot complexe voorstellingen waarbij bewust wordt afgeweken van een exacte spiegeling. In Katzenstrafe zie je een vrouw die een kat bij het nekvel pakt. Vrouw en kat worden als het ware te dicht op elkaar gespiegeld zodat er nieuwe silhouetten ontstaan, pas in de tweede spiegeling zijn de vrouw en de kat volledig weergegeven. Door die afwijking ontstaan restvormen die nieuwe ornamentale figuren mogelijk maken.Naast de Scherenschnitte zijn ook houtskooltekeningen te zien, soms dreigend als de gangster met machinegeweer die uit een taart stapt. Andere voorstellingen zoals Veronika zijn broeierig en mysterieus. Hier staat een naakte vrouw in een slaapkamer die een doek met een gezichtsafdruk voor haar lichaam houdt.

 

22 november t/m 20 december 2009

Erik Pape Place Stalingrad, 2009, olieverf op linnen, 120 x 160 cm   Erik Pape Place Stalingrad, 2009, olieverf op linnen, 80 x 110 cm   Erik Pape Place Stalingrad, 2009, olieverf op linnen, 80 x 110 cm   Erik Pape Place Stalingrad, 2009, olieverf op linnen, 170 x 190 cm  

Urs Pfannenmüller. Die Last der Bäume, 2009, olieverf op linnen, 120 x 150 cm   Urs Pfannenmüller. zonder titel, 2009, olieverf op doek, 90 x 70 cm   Urs Pfannenmüller. zonder titel, 2009, olieverf op doek, 90 x 70 cm   Urs Pfannenmüller. zonder titel, 2009, olieverf op linnen, 120 x 150 cm  

Erik Pape's (1942) schilderijen zijn in verzadigde kleuren geschilderd met vaak expressieve tegenstellingen in donkere en lichte partijen. Steeds is in de voorstelling als leidmotief de contour van een spoorviaduct te zien die de voorstelling articuleert en de kijker houvast geeft. Het zijn de bogen van het viaduct op het Place Stalingrad in Parijs, een druk verkeersplein waar de metro boven de grond komt. Al jaren diept Erik Pape dit onderwerp uit, zoals hij veel eerder in zijn carrière ook deed met het Parijse Canal St. Martin, waar de lichtval op het water en de verglijdende lijnen van de oever centraal stonden. Het onderwerp van het Place Stalingrad heeft Erik Pape zich zo eigen gemaakt dat het plein eerder slechts nog aanleiding is om de dynamiek van de stad op een bijna abstracte manier te vangen.

Urs Pfannenmüller (1943) bedient zich in zijn installaties en schilderijen van alledaagse, vaak afgedankte voorwerpen, die hij op zo'n manier in de ruimte schikt dat ze hun betekenis verliezen. In zijn meest recente schilderijen staan bijvoorbeeld plastic vazen en emmers omgekeerd of liggend op een bijna transparante ondergrond die losjes is gedefinieerd met brede verfstreken in groen, oranje en blauw. Daaromheen zijn vrij precies grassprieten geschilderd die de voorstelling weer scherpte geeft, net als de repen piepschuim, die de voorstelling beneden begrenzen. Door de plaatsing van de voorwerpen verschuift de aandacht langzaam naar de ringen en ellipsen van de vazen en emmers die zo een nieuwe, abstracte schoonheid krijgen.

 

Elmar Trenkwalder sculpturen, tekeningen

18 oktober t/m 15 november 2009

 

Elmar Trenkwalder. WVZ 220, 2009, keramiek, glazuur en engobe, 285 x 90 x 60 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 213, 2009, keramiek, glazuur, 185 x 76 x 46 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 225, 2009, keramiek, glazuur, 32 x 24 x 12 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 222, 2009, keramiek, glazuur, 89 x 37 x 25 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 226, 2009, keramiek, glazuur, 71 x 36 x 20 cm  
Elmar Trenkwalder. WVZ 1357, 2007, potlood op papier, 33,5 x 19 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 1406, 2008, potlood op papier, 35 x 28,5 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 1359, 2007, potlood op papier, 33,5 x 28 cm   Elmar Trenkwalder. WVZ 1365, 2007, potlood op papier, 42 x 29,5 cm  

Door hun uitbundige ornamentiek en grote detaillering maken de keramische sculpturen van Elmar Trenkwalder (Innsbruck 1959) een overweldigende indruk. Bij nadere bestudering van de beelden blijken er allerlei erotische details in te zijn verwerkt.    In de hindoeïstische tempelarchitectuur is de erotiek meestal expliciet weergegeven, de parende goden en halfgoden worden omlijst door de architectuur. In de beelden van Trenkwalder is eerder sprake van een samensmelting van architectuur en erotiek: zuilen zijn fallisch, ornamenten hebben wulpse vormen. Hiermee overstijgt hij het anekdotische en krijgt de erotiek eerder een spirituele lading die in een geheimzinnige, bijna sacrale architectuur wordt opgevoerd.

De vormentaal van Trenkwalder's beelden is verwant aan de uitbundige barokarchitectuur, die in Oostenrijk zo'n grote bloei kende. Soms doen de beelden ook denken aan de Kachelofen die vaak rijk is geornamenteerd en beschilderd. In de tentoonstelling zijn verschillende kleinere sculpturen en een groot totemachtig beeld te zien, dat een prachtig ritme heeft door de afwisseling van witte glazuur en zwarte engobe. Verder worden ontwerptekeningen van de sculpturen getoond naast zelfstandige tekeningen van architectonische fantasieën.

In het Stedelijk Museum Schiedam waren onlangs drie grote sculpturen van Trenkwalder te zien in de tentoonstelling Virtuoze zinsbegoochelingen. www.stedelijkmuseumschiedam.nl. Vorig jaar had hij een grote overzichtstentoonstelling in het Parijse museum La Maison Rouge, eerder toonde het Louvre een grote sculptuur van hem.

Robine Clignett - werk op papier

6 september t/m 4 oktober 2009

Robine Clignett  Zonder titel, 2008, aquarel op papier, 116 x 153 cm   Robine Clignett  Zonder titel, 2008, aquarel op papier, 115 x 152 cm   Robine Clignett  Zonder titel, 2008, tempera op papier, 115 x 154 cm  

In het werk van Robine Clignett (1948) staat kleur centraal. Ze verdiept zich in de natuurkundige, historische en literaire begrippen van kleur, die ze in zorgvuldig vormgegeven publicaties samenbrengt. Falunrood, Ultramarijnblauw, Wijngaardzwart en Loodwit werden onder de loep genomen, meer recent verscheen een uitgave over groen. Groen bevindt zich in het midden van het kleurspectrum. Geel staat in het algemeen voor warmte en licht, blauw voor koel en donker. In het groen komen deze twee tegenpolen samen.

In haar aquarellen maakt Robine Clignett de werking van kleur zichtbaar door met een brede penseel de kleur heel licht op te zetten. De vormen die ze daarbij gebruikt zijn afgeleid van de natuur maar niet beschrijvend, het gaat om het verbeelden van wat zich achter de directe waarneming bevindt. Soms doet de voorstelling landschappelijk aan, als een eiland in zee of een heuvel die zich spiegelt in water. Andere werken zijn abstracter, opgebouwd uit cirkels die op een donkerder achtergrond liggen. Door de concentratie die het ingehouden en stille werk van de toeschouwer vraagt worden de vormen steeds intenser, de ruimte tussen de kleurvlakken lijkt daardoor te gaan zinderen.

Aafke Bennema Elka Oudenampsen - schilderijen, collages

21 juni t/m 26 juli 2009

Aafke Bennema Dag, 2008, acrylverf op linnen, 150 x 110 cm   Aafke Bennema zonder titel, 2007, acrylverf op linnen, 40x30cm   Aafke Bennema zonder titel, 2007, acrylverf op linnen, 40 x 50 cm   Aafke Bennema Knoop, 2008, acrylverf op linnen, 80 x 70 cm  
Elka Oudenampsen zonder titel, 2009, olieverf op linnen, 50 x 60 cm   Elka Oudenampsen zonder titel, 2009, olieverf op linnen, 60 x 60 cm   Elka Oudenampsen zonder titel, 2009, olieverf op linnen, 50 x 60 cm   Elka Oudenampsen zonder titel, 2009, olieverf op linnen, 50 x 60 cm  

Aafke Bennema's (1965) natuurlandschappen hebben een opvallende helderheid. Door hun kleur en stilering lijkt het alsof ze door een designer onder handen zijn genomen. Wolken en bomen hebben lichte pastelkleuren en worden met duidelijke contouren weergegeven. Hierdoor werken ze sterk grafisch en ornamentaal. Ooit paste Aafke Bennema een verwante manier van werken toe in portretten. Als een gravure liet ze lijnen lopen over de welvingen van het gezicht. Na de portretten volgden rotstuinen en onderwater landschappen, waarin tot in het kleinste detail de ornamentale kwaliteiten van de vetplanten en koralen naar voren werd gehaald. De weergave van de huidige landschappen is minder minutieus en gedetailleerd, de heldere kleuren en de golvende lijnen maken dat de voorstelling overzichtelijk is en vaart krijgt.

Aan de schilderijen van Elka Oudenampsen (1967) gaan collages vooraf. Uit tijdschriften scheurt ze fragmenten van foto's die ze niet zozeer om hun voorstelling maar eerder om hun kleur en vorm uitkiest. Vaak is nog een detail als een weg of een boom uit de foto herkenbaar, maar in wezen zijn het bijna abstracte composities die doen denken aan landschappen. De directheid en abruptheid waarmee de gescheurde fotofragmenten elkaar in de collages raken zorgt in de schilderijen voor een eigenaardige ruimtewerking. De kleurvlakken lijken bijna als autonome vormen op een podium te liggen, zonder dat het geheel uiteenvalt. Vaak zorgen kleine details ervoor dat de voorstelling als een landschap kan worden gezien. Een lange gebogen lijn die horizontaal door het beeld loopt interpreteer je bijvoorbeeld als een draad van een omheining.

 

Martin Assig - schilderijen, tekeningen

9 mei t/m 7 juni 2009

Martin Assig. Beute (gross), 2009, houtskool en was op papier, 39,3 x 30,5 cm   Martin Assig. Gipfel Vier, 2009, was en pigment op paneel, 29 x 38 cm   Martin Assig Gehor, 2009, was en pigment op doek, 102 x 73 cm  

In het werk van Martin Assig (1959) is vaak een combinatie aanwezig van lichamelijkheid en spiritualiteit: het lichaam wordt weergegeven als een kwetsbare behuizing van de ziel. Recent maakte Martin Assig een serie tekeningen van gezichten en harten met de titel Beute: buit. Deze buit bestaat uit de motieven die de kunstenaar zich heeft eigen gemaakt. Hoofden en harten maken daar deel van uit. De hoofden zijn schematisch, in grove lijnen bijna primitief weergegeven. De gezichten zijn geheel behaard, hebben gesloten ogen en de monden zijn wijd opengesperd. Soms zijn op de tanden woorden geschreven als ‘kein Hunger', ‘alles alles', ‘warum essen', wat duidt op een soort bezwering van onheil. Onder de harten staan teksten als ‘Du warst von Anfang an dabei', of ‘Werde ich es merken wenn es geschieht' waarmee wordt verwezen naar liefde en dood. De tekeningen zijn met houtskool op transparant papier gemaakt, waarop vervolgens vloeibare was wordt aangebracht. Hierdoor krijgen de tekeningen een warme, bijna schilderkunstige uitstraling.

Ook in de schilderijen maakt Martin Assig gebruik van was, die met pigment wordt vermengd. Voor sommige schilderijen gebruikte hij bestaande doeken van amateurschilders, die hij gedeeltelijk weer overschilderde met ornamentale patronen. Deze zijn opgebouwd uit meerdere ronde kernen, vanwaaruit zich lijnen uitbreiden over het beeldvlak, als energiebronnen die straling afgeven.

Nog tot en met 14 mei heeft Martin Assig in Spanje een grote overzichtstentoonstelling in het Centro de Arte Caja de Burgos (CAB), getiteld La Presa/Die Beute. Hier is werk te zien van 1995 tot en met 2008, waaronder een grote serie gezichten, waarvan in de galerie de meest recente versies te zien zijn.
zie: www.cabdeburgos.com

 

New Seismo. Johan Tahon - sculpturen

14 t/m 29 maart 2009

Johan Tahon. New Seismo, 2009, ijzer, jute, gips, 1400 x 350 x 350 cm   Johan Tahon. Le Dieu Fleuve, 2008, jute, gips, 70 x 207 x 60 cm  

Johan Tahon (1965) heeft in opdracht van het Ministerie van Financiën en het Atelier Rijksbouwmeester een veertien meter hoge sculptuur gemaakt, voor het door architectenbureau Meyer en Van Schooten gerenoveerde ministerie. Het reusachtige beeld staat in het overdekte atrium van het gebouw en stelt een mensfiguur voor, vanaf de borst weergeven, die rust op vier poten. Het is opgebouwd uit een stalen skelet bekleed met gips. Gebouw en beeld werden op 12 maart ingehuldigd door koningin Beatrix.

De titel New Seismo verwijst naar de seismograaf, die bij dit beeld de trillingen als het ware via de vier poten registreert. Het is een soort vaderfiguur van een bovenmenselijke maat, die zich in een beschermende houding licht voorover buigt naar de toeschouwer. Het brengt een warme, menselijke dimensie in het ministerie, dat meestal wordt geassocieerd met koel cijfer- en rekenwerk.

In de galerie zijn modellen en werktekeningen te zien van New Seismo, naast verwante, manshoge gipsen beelden en kleinere keramische sculpturen. Binnenkort zal ook een oplage in brons van het beeld verschijnen. Parallel is een model van New Seismo te zien in het Gemeentemuseum Den Haag, opgenomen in de tentoonstelling XXste Eeuw. (www.gemeentemuseum.nl)

 

Nachtelijk Brein. Frank Van den Broeck - tekeningen, pastels, sculpturen, wandkleden

4 april t/m 3 mei 2009

Frank Van den Broeck. zonder titel, 2003, pastel op papier, 142 x 103 cm   Frank Van den Broeck. zonder titel, 2008, potlood op papier, 24 x 32 cm   Frank Van den Broeck. zonder titel, 2009, potlood op papier, 38 x 32 cm  

Frank Van den Broeck's (1950) tekeningen hebben een onmiskenbaar handschrift. In beweeglijke lijnen tekent hij voorstellingen die weliswaar concreet maar toch meerduidig zijn. In een pasteltekening zweven bijvoorbeeld twee wigvormige vensters in een stormachtige lucht, die een doorgang naar een andere ruimte lijken te bieden. Beneden zinken rechthoekige vormen weg in een rimpelende plas. Het zweven keert vaak terug in Van den Broeck's werk, voorwerpen lijken daardoor in een staat van overgang te zijn, op weg naar een andere plaats of dimensie. Eenzelfde gevoel van transitie is te zien in een ongedefinieerde vorm van een wolk waarin zich een gezicht lijkt af te tekenen. Bij de sculpturen die in de tentoonstelling getoond worden is zo'n staat van overgang op een plastische manier aanwezig. Uit de klei maken zich koppen los met groteske trekken, zonder nadrukkelijk te zijn, het gezicht toont zich maar laat zich niet pakken. Frank Van den Broeck lijkt hiermee aan te sturen op het moment van het scheppen zelf, het streven dat zichtbaar te maken wat in potentie aanwezig is.

In de tentoonstelling zijn tekeningen, pastels en keramische sculpturen te zien, en verder wandkleden geweven in het Textielmuseum Tilburg, waar de tekeningen zijn overgebracht in jacquard geweven kleden

 

 

Stof Christie van der Haak - installatie, video

14 feb t/m 8 maart 2009

Christie van der Haak, concept Asmir Ademagic, 49, 2008, wood, fabric, each unit 52x50x50 cm   Christie van der Haak i.s.m. Jan Hoogervorst en Chairs. Noir, 2008, hout, stof, 234 x 233 x 435 cm  

Sinds een aantal jaren houdt Christie van der Haak (1950) zich bezig met het ontwerpen van stoffen die in Jacquard-techniek computergestuurd worden geweven. De patronen zijn niet statisch maar veranderen van vorm en kleur: Van der Haak schildert als het ware aan de weefmachine. De resulterende stoffen kunnen autonoom worden gepresenteerd (opgespannen als schilderijen) maar ook ingezet als bekleding van stoelen, banken e.d. (schilderijen met een ingewikkelde lijst waar je bijvoorbeeld ook nog op kunt zitten); het verschil tussen autonoom en toegepast werk verdwijnt.De installatie STOF, mede tot stand gekomen dankzij een Live-subisidie van het Fonds BKVB, bestaat uit drie delen: twee samengestelde driedimensionale objecten en een video.
De objecten zijn gerealiseerd in samenwerking met Asmir Ademagic, Jan Hoogervorst en meubelstoffeerderij Chairs.

In de voorruimte van de galerie staat een samenstel van zwart houten objecten van verschillende lengte en hoogte met een toren in het midden; alle elementen worden bekroond door zwart op zwart geweven stoffen. Zo ontstaat een duister monumentaal geheel dat doet denken aan een monument, een verkoolde stad, rouw over wat ooit was. Tegelijkertijd bevindt het werk zich nadrukkelijk dichtbij de beschouwer, in diens eigen ruimte: er kan en mag ook op gezeten worden.

Het tweede deel van de installatie bestaat uit een aantal kubische elementen van MDF, gevat in een metalen frame en aan alle kanten bekleed met steeds andere zeer kleurige stoffen; met elkaar vormen de kubussen een piramide. Als in het eerste object gerouwd wordt, wordt hier juist iets gevierd: een wederopstanding, een nieuw begin? In ieder geval staan de objecten, beide met onmiskenbaar architectonische associaties, in een antithetische verhouding tot elkaar.

De video, geprojecteerd op de muur, laat vijf in het zwart geklede vrouwen zien die in een zich voortdurend herhalend ritueel vijf zeer lange kleurige lappen stof uitrollen en weer oprollen in een grote lege zaal. In de vormgeving van dit ritueel keren elementen van beide objecten terug: de zwarte kleding van de vrouwen, de kleurigheid van de stoffen.

De titel van de installatie, STOF, verwijst in verschillende associaties naar inhoud en betekenis van de installatie; het werk is goeddeels van stof gemaakt, geeft stof tot nadenken, doet stof opwaaien en heeft ook nog een sacrale connotatie: ‘uit stof zijt gij gemaakt en tot stof zult gij wederkeren'.

 

Anuli Croon, Ronald Versloot - schilderijen

10 januari t/m 8 februari 2009

Anuli Croon, zonder titel, 2008, acryl- en metaalverf op doek, 180 x 225 cm   Anuli Croon, zonder titel, 2008, acryl- en metaalverf op doek, 210 x 170 cm   Anuli Croon, zonder titel, 2008, acryl- en metaalverf op doek, 190 x 150 cm  

Ronald Versloot. Standpoint, 2008, acrylverf op canvas, 200 x 240 cm   Ronald Versloot. Make my Day, 2008, acrylverf en fotoprint op canvas, 200 x 140 cm   Ronald Versloot. Safe, 2008, acrylverf op canvas, 200 x 240 cm  

Anuli Croon's (1964) schilderijen worden bepaald door patronen en geometrische vormen, die door hun kleur en structuur de toeschouwer dwingen het beeld nauwkeurig te lezen. Door het gebruik van verfroller, plakband en sjablonen hebben de patronen een neutraal en scherp uiterlijk, tegelijk is duidelijk te zien dat het beeld als geheel sterk aftastend en intuïtief is opgebouwd. Na een eerste verkenning blijken de patronen ook als architectonische ruimtes te kunnen worden bekeken, waarbij meerdere kijkrichtingen en perspectieven in een schilderij naast elkaar bestaan. Anuli Croon doorbreekt hiermee onze geconditioneerde manier van kijken en biedt de toeschouwer de mogelijkheid op een nieuwe, onbevooroordeelde manier waar te nemen.

Ronald Versloot (1964) staat bekend om het afdrukken van linoleumsneden in zijn schilderijen. Vaak zijn dat menselijke figuren die als het ware optreden als acteurs in een geschilderde setting. Sinds kort gebruikt Versloot ook uitgeprinte foto's in zijn schilderijen, waardoor de vraag rijst wat nu werkelijk is, de fotografische weergave of de werkelijkheid van de geschilderde voorstelling. Door de kleur van het gefotografeerde voorwerp te herhalen in het schilderij, of het gefotografeerde object een geschilderde schaduw te geven integreert Versloot de foto's in het schilderij. Tegelijk wordt het beeld ‘op scherp gezet' wat wordt versterkt door de vaak raadselachtige voorstelling. Steeds lijk je het moment te zien vlak voor of na een dramatische gebeurtenis

 

Marcel van Eeden, Tobias Gerber, Leo Kogan, Elmar Trenkwalder, Dick Tuinder

tekeningen

15 november t/m 21 december 2008

Marcel van Eeden. without title (Witz series), 2008, negropencil on paper, 19 x 28 cm   Marcel van Eeden. without title (Witz series), 2008, negropencil on paper, 19 x 28 cm   Marcel van Eeden. without title (Witz series), 2008, negropencil on paper, 19 x 28 cm   Marcel van Eeden. without title (Witz series), 2008, negropencil on paper, 19 x 28 cm  

In de expositie wordt werk van vijf tekenaars getoond die ieder een specifieke positie hebben. Marcel van Eeden en Elmar Trenkwalder behoren tot de vaste kunstenaars van de galerie, Tobias Gerber, Leo Kogan en Dick Tuinder nemen op uitnodiging deel.

Marcel van Eeden (1965) werkt al jaren aan een indrukwekkend corpus tekeningen, waarbij hij put uit afbeeldingen en foto's van voor zijn geboorte in 1965. De laatste jaren introduceerde hij een fictief element in de tekeningen door een gefingeerd persoon avonturen te laten beleven aan de hand van bestaand beeldmateriaal. In de huidige tentoonstelling is een serie portretten te zien van personen waarvan de namen uitgaan op ‘-Witz'. De tekeningen worden op een installatie-achtige manier gerangschikt op een donker geschilderde muur, zoals hij onlangs ook deed in de Kunstverein Heidelberg.

Tobias Gerber (1961) maakt sobere houtskooltekeningen die een mysterieuze spanning hebben. De voorstellingen lijken bijna terloops en vanzelfsprekend, maar blijken al snel ongerijmde en bizarre elementen te bevatten. Soms is dat subtiel zoals de twee gewonde soldaten die elkaar aankijken, als ze in tegengestelde richting op brancards worden weggedragen. In andere tekeningen als Dr. Watson overheerst het bizarre wanneer de lichamen van Holmes en Watson gespiegeld in elkaar overgaan als de figuren op een speelkaart.

Leo Kogan's (1974) tekeningen lijken droomsituaties weer te geven, een kamer is bijvoorbeeld half onder water gelopen, en heeft een venster in de vorm van een enorm oog. Een man kruipt over de natte vloer naar een bal die in het water is geland. Kogan tekent zijn voorstellingen met grote precisie, waardoor de vervreemding nog toeneemt. Naast deze tekeningen is ook een serie werken te zien die Kogan tekende en aquarelleerde op afwijzingsbrieven die hij ontving als antwoord op subsidie- en tentoonstellingsaanvragen.

De Oostenrijkse kunstenaar Elmar Trenkwalder (1958) roept in zijn tekeningen een bijna mystieke wereld op die soms herinnert aan de visionaire tekeningen van William Blake. Bij Trenkwalder is er steeds sprake van een vermenging van erotiek en architectuur, opgevoerd als een geheimzinnige eredienst in kerk- of tempelachtige ruimtes. Zuilen hebben fallische vormen en ornamenten blijken opgebouwd uit verstrengelde menselijke figuren. De uitbundige vormentaal is nauw verwant aan de barokarchitectuur die in Oostenrijk een grote bloei kende.

Dick Tuinder (1963) is naast tekenaar ook schrijver en filmmaker. Meestal maakt hij stripachtige tekeningen met een verhalend karakter. Het werk in de tentoonstelling is beïnvloed door de landschapsdecors die hij nu maakt voor zijn eerste avondvullende speelfilm Winterland die naar verwachting op het Rotterdams filmfestival in premiere zal gaan.
De berglandschappen, en stedelijke omgevingen zijn weliswaar leeg maar suggestief, ze nodigen uit om ingevuld te worden met een verhaal of menselijke handeling.

 

Robbie Cornelissen, Ed Pien - tekeningen, werk op papier

11 okt - 09 nov 2008


Robbie Cornelissen. De Wand II, 2007, potlood op papier, 75 x 186 cm   Robbie Cornelissen. De blauwe kamer, 2008, aquarel en potlood op papier, 24 x 35 cm   Robbie Cornelissen. Paradise Lost, 2008, potlood op papier, 240 x 400 cm   Ed Pien. A Forest of Thorns, 2008, uitgesneden Ginka Shji papier, 3m reflector film, inkt, 136 x 182 cm   Ed Pien. Blue Fairies, 2008, inkt op papier, 60 x 69 cm   Ed Pien. Blue Monkey and a Chinaman, 2008, inkt op papier, 60 x 69 cm  

Robbie Cornelissen (1954) staat bekend om zijn reusachtige tekeningen, die naast de afmeting vooral indruk maken door hun enorme gedetailleerdheid. In de bibliotheken, steden of stations die hij afbeeldt is de mens afwezig, de architecturale fantasie behoudt hierdoor een zekere neutraliteit waardoor je als toeschouwer ongestoord door de ruimten kunt dwalen. De blik wordt soms direct gestuurd, bijvoorbeeld door de kromming van een enorme wand die van links naar rechts door het beeld voert. Het recente grote werk Paradise Lost (240 x 400 cm) toont een op het eerste gezicht vertrouwde panoramische weergave van een stedelijk landschap. Bij nadere beschouwing blijkt de stad opgebouwd uit drie niveaus waarin wonderlijke en soms grimmige details zijn verborgen. Kenmerkend voor de tekeningen is dat Robbie Cornelissen het vertrouwde en het bizarre steeds weet te integreren tot iets volkomen vanzelfsprekends.

De Taiwanees Canadese kunstenaar Ed Pien (1958) geeft in zijn werk uiting aan diepe menselijke angsten. In zijn werk duiken fantastische wezens op; demonen, geesten en spoken. Hiermee zet hij de eeuwenoude traditie in de Westerse en Aziatische kunst voort, van het uitbeelden van de hel. Tijdens een reis door China ontdekte hij de uitgesneden tekening, daar vooral toegepast in clichématige voorstellingen voor toeristen. Pien nam deze techniek over om uiterst delicate en complexe voorstellingen te maken van bomen en bossen, waarin menselijke figuren verborgen zijn. Sinds kort bedekt hij het papier ook met reflecterend materiaal waardoor een geheimzinnige schittering in het beeld ontstaat. Naast deze ‘cut out drawings' is ook een serie tekeningen in blauwe inkt te zien, die teruggrijpt op de chinoiserie, die in de achttiende eeuw ongekend populair was. Deze elegante versieringen met bamboeplanten, vogels en pagodes groeien bij Ed Pien uit tot woekeringen van wulpse planten en exotische wezens, die zich grillig over het blad uitbreiden.

 

Diederik Gerlach - schilderijen

06 september t/m 05 oktober 2008

Diederik Gerlach Tirol VIII, acryl op paneel, 22 x 22 cm   Diederik Gerlach Tirol I, acrylverf op paneel, 20 x 22 cm   Diederik Gerlach, Tirol IX, acrylverf op paneel, 16 x 24 cm   Diederik Gerlach Tirol III, acrylverf op paneel, 15 x 16 cm   Diederik Gerlach, Tirol II, acrylverf op paneel, 23,8 x 27,2 cm   Diederik Gerlach, Das verlorene Herz I, acryverf op linnen, 200 x 130 cm   Diederik Gerlach, Das verlorene Herz IV, acryverf op linnen, 200 x 130 cm   Diederik Gerlach, Das verlorene Herz II, acryverf op linnen, 200 x 130 cm   Diederik Gerlach, Das verlorene Herz III, acryverf op linnen, 200 x 130 cm  

Diederik Gerlach (1956) gebruikt in zijn nieuwste schilderijen foto's van filmsterren uit de jaren dertig of ouderwetse vakantie-oorden. In zijn karakteristieke palet van gemengde en gedempte kleuren worden ze naast en boven elkaar gezet, alsof je op een tafel kijkt waarop verschillende foto's zijn uitgestald. Zo ontstaat een dubbelzinnige, complexe ruimte in het schilderij, waarin de toeschouwer de onderlinge voorstellingen met elkaar moet verbinden.

Gerlach zet de foto's van vrouwelijke filmsterren naar zijn eigen hand, door de vaak theatrale achtergrond van de fotostudio te vervangen door bijvoorbeeld een eigenaardig alpenlandschap. Naast en gedeeltelijk op deze hoofdvoorstelling legt hij kleinere afbeeldingen van interieurs of landschappen, die je onvermijdelijk in verband gaat brengen met de afgebeelde hoofdpersoon. In dit nieuwe beeld maakt nostalgie plaats voor een ongerijmde en soms wat ongemakkelijke werkelijkheid, waarin de toeschouwer zijn weg moet zoeken.

Naast de grotere schilderijen is er een serie kleine paneeltjes van ouderwetse vakantie oorden in Tirol, waar steeds links of rechts een textielpatroon in het beeld is geschilderd. Deze abstracte coulissestukken geven de afbeelding van een tennisbaan of openlucht -zwembad extra scherpte en tillen ze boven het anekdotische uit.

Bij de expositie verschijnt in de reeks Haags Palet een publicatie over Diederik Gerlach's werk met teksten van Egbert van Faassen en Philip Peters.

Opening zaterdag 6 september om 16.00 uur door Frank Van den Broeck, afsluiting zondag 5 oktober vanaf 15.00 uur.

 

Holzschnitt - Houtsnede

21 juni t/m 20 juli 2008

Jan Brokof, Gustav Kluge, Dieter Mammel, B.C. Epker, Jos de l'Orme


B.C. Epker. Dutch Constellations / Found (Kopenhagen), 2007, houtsnede, oplage 11, 25,9 x 46,5 cm   B.C. Epker. Twee meisjes en de Dood, , 2004, houtsnede, oplage 10, 21 x 29,7 cm   Gustav KLuge. Friedrich Nietzsche in Jena; Nietzsches Engel-Nietzsches Teufel, 1985, houtsnede, unicum, 178 x 84 cm, Courtesy Produzentengalerie, Hamburg   Gustav Kluge. Steht ein bucklicht Männlein da, Kopf an Kopf, 1985, houtsnede, 65,5 x 49,5 cm. Courtesy Produzentengalerie Hamburg   Jos de l'Orme. Eruptio, 2007, houtsnede, 122 x 160 cm  


De houtsnede, ontwikkeld in de 14e eeuw, was in het verleden van groot belang voor kunstenaars om hun werk te verspreiden. Bij Dürer komt de houtsnede tot volle bloei, veel later pakken de expressionisten de techniek op vanwege de sterke licht donker werking en de kracht en directheid van de lijnvoering. In onze wereld van massamedia en digitale techniek lijkt de houtsnede vergeten en verdwenen. Toch wordt de techniek door hedendaagse kunstenaars nog steeds toegepast. Voor de tentoonstelling HOLZSCHNITT - HOUTSNEDE zijn drie Duitse en twee Nederlandse kunstenaars uitgenodigd die vaak of zelfs uitsluitend houtsnedes maken.

Jan Brokof (1977) geboren in de voormalige DDR gebruikt de houtsnede om de Plattenbau flats uit zijn jeugd weer te geven. Ooit maakte hij een drie-dimensionale reconstructie in houtsnede van zijn jongenskamer, compleet met sansevieria's in de vensterbank en posters van Billy Idol, Baywatch en Madonna aan de wand. In de tentoonstelling zijn verschillende van deze posters te zien maar ook een houtsnede die op de vloer ligt, met een van bovenaf weergegeven blok flatgebouwen.
(Jan Brokof wordt vertegenwoordigd door Galerie Baer | Raum für aktuelle Kunst, Dredsen)

Gustav Kluge (1947) heeft naast zijn schilderijen altijd veel houtsnedes gemaakt. Van hem zijn onder meer werken te zien geïnspireerd op het Duitse kinderlied over het ‘Bucklicht Männlein'. Dit gebochelde mannetje duikt in het duister van de kelder of de slaapkamer op om kinderen en volwassenen aan het schrikken te maken. In overdrachtelijke zin belichaamt hij de verborgen, duistere kant van onze persoonlijkheid. (Gustav Kluge wordt vertegenwoordigd door Produzentengalerie, Hamburg)

Dieter Mammel (1965) grijpt in zijn houtsnedes terug op de foto's van zijn kindertijd, waar hij als kleine jongen aan de hand van zijn moeder loopt of een grote zak snoep vasthoudt. Door het omzetten van de foto's in houtsnedes krijgen deze zo herkenbare beelden een eigenaardige vertraging, alsof de still van de foto nog verder is teruggezet in de tijd.

In de houtsnedes van B.C. Epker (1968) is een intrigerende vermenging te zien van de kunsthistorische traditie met beelden uit de massamedia en pornoblaadjes. Zo zit een naakte vrouw uitdagend tegen een boom geleund in een zeer klassiek landschap met op de achtergrond een Friese kerk. Door de techniek van de houtsnede worden deze onderling vreemde beelden tot een eenheid gebracht.

Jos de l'Orme (1962) werkt uitsluitend in houtsnedes, vaak toont hij niet de afdruk maar de houten plaat. De lijnen hebben de natuurlijke kleur van het hout waardoor de voorstelling een levendige en warme indruk maakt. Kenmerkend is zijn golvende lijnvoering, die nu te zien is in het getekende gezicht van een oude vrouw, maar ook in de wervelende lijnen rond een straaljager die door de lucht klieft.

 

Popel Coumou - foto's

19 april t/ m 11 mei 2008

Popel Coumou. zonder titel, 2007, fotoprint, oplage 5, 87 x 130 cm   Popel Coumou. zonder titel, 2007, fotoprint, oplage 5, 130 x 87 cm   Popel Coumou. zonder titel, 2007, fotoprint, oplage 5, 130 x 87 cm   Popel Coumou. zonder titel, 2007, fotoprint, oplage 5, 87 x 130 cm  

Popel Coumou (1978) studeerde in 2004 af aan de Rietveld Academie met foto's van interieurs. Deze kamers bouwde ze als ondiepe maquettes, die diepte kregen door karton in perspectief te snijden. In de nieuwste werken zijn weer vertrekken te zien, die nu ook volgens een andere methode zijn geconstrueerd. Het uitgangspunt is een foto van een trappenhuis of kamer, die bewerkt wordt, door er papier of folie op te plakken. Zo kan schaduw extra worden aangezet of krijgt een steriel wit trappenhuis een warm accent door er een smalle strook rood papier op aan te brengen. Deze ‘collage' wordt vervolgens weer gefotografeerd met een traditionele kleinbeeld camera en vergroot tot een formaat van 87 x 130 cm. De foto's hebben daardoor een vrij grove korrel. De papieren toevoegingen zijn steeds zo geraffineerd uitgevoerd dat je pas op het tweede gezicht bemerkt dat er iets met de interieurs aan de hand is. Verder zijn er enkele zelfportretten te zien, waarin de kunstenaar zichzelf ingetogen fotografeert. De ruimte waarin ze zich bevindt heeft vaak een dramatische lichtval die ook weer ontstaan is door de foto met de hand te bewerken.

 

Johan Tahon - White Heat

17 mei t/ m 15 juni 2008

Johan Tahon. Musk, 2007, gips, 186 x 63 x 35 cm   Johan Tahon. Salt White Eva, 2008, keramiek, witte glazuur, 60 x 35 x 35 cm   Johan Tahon. White Fountain, 2008, chamotte klei, witte glazuur, 57 x 30 x 30 cm   Johan Tahon. White Morris Head, 2008, chamotte klei, witte glazuur, 50 x 22 x 23 cm  

Johan Tahon (1965) werd midden jaren negentig ontdekt door Jan Hoet en geldt als een van de meest veelbelovende beeldhouwers van België. WHITE HEAT is de eerste solotentoonstelling van Johan Tahon in een Nederlandse galerie.

In zijn werk staat de mensfiguur centraal, die hij vaak weergeeft als een uitgerekte, breekbare gestalte. Tot voor kort werkte Tahon uitsluitend in gips, dat hij na het uitharden met een bijl bijkapt tot de gewenste vorm. Het proces van opbouwen en bijwerken is sterk gevoelsmatig en intuïtief, wat zich vertaalt in het zoekende en kwetsbare dat zijn mensbeelden uitdrukken. Daarbij is ook steeds een notie aanwezig van de nietigheid van de mens tegenover het universum, of de onvolkomenheid van de mens tegenover het goddelijke, waarmee Tahon uiting geeft aan een basaal zoeken naar spiritualiteit.

Sinds een jaar werkt Johan Tahon ook in keramiek, die hij met witte glazuur overdekt. Omdat de beelden in de hitte van de oven hun definitieve vorm en kleur krijgen is de tentoonstelling WHITE HEAT getiteld. Ook in de keramische beelden geeft hij de mens weer, vaak zijn dat hoofden met licht Aziatische trekken, die enkel of verdubbeld en tegen elkaar geplaatst de toeschouwer aankijken. De dubbele gezichten zijn zowel tweelingen als de materialisering van een alter ego dat in de tweede kop zichtbaar wordt gemaakt. Pièce de résistance van de expositie is een enorme gipsen leeuw met een mensengezicht, die de bezoeker in de voorruimte van de galerie opwacht. Het beeld sluit aan op de eeuwenoude mythe van de sfinx, maar staat ook voor de macht die de mens kan verteren als hij hem niet beteugelt.

Stan Klamer - aquarellen, Erik Pape - schilderijen

8 maart t/ m 6 april 2008

Stan Klamer. Zonder titel, aquarel en potlood op papier, 32 x 41 cm   Stan Klamer. zonder titel, 2007, aquarel en potlood op papier, 24 x 32 cm   Stan Klamer. zonder titel, 2007, aquarel en potlood op papier, 24 x 32 cm  

In de tekeningen en aquarellen van Stan Klamer (1951) kijk je van bovenaf op landschappen en eilanden, waarin rivieren en wegen zich vertakken. Het gaat hier niet om een nauwkeurige topografische weergave maar om een vrije vorm van cartografie, waarin ideeën en stemmingen kunnen worden uitgedrukt. Tegelijkertijd kun je de vormen en kleuren zien als een abstracte voorstelling. Vaak komt het eiland voor, als een losstaand object dat drijft in de ruimte: een geïsoleerde locatie waar experimenten of utopieën kunnen worden uitgewerkt. Zo bezien zijn de kaarten een metafoor voor de werkelijkheid, waarin de kunstenaar zijn wereld ordent en vastlegt.

Erik Pape. Place Stalingrad, 2008, olieverf op linnen, 140 x 190 cm   Erik Pape. Place Stalingrad, 2008, olieverf op linnen, 140 x 150 cm   Erik Pape. Place Stalingrad, 2007, olieverf op linnen, 100 x 110 cm   Erik Pape. Place Stalingrad, 2007, olieverf op linnen, 120 x 160 cm  

Erik Pape (1942) diept in zijn schilderijen al jaren één onderwerp uit; de Place Stalingrad, een druk verkeersplein in Parijs, waar de metro bovengronds over spoorbruggen met klassieke gietijzeren zuilen rijdt. Hij heeft zich dit onderwerp zo eigen gemaakt dat de schilderijen ver af staan van een oppervlakkige, beschrijvende weergave. Er is eerder sprake van een innerlijke benadering van de plek, die alleen te herkennen is aan de contouren van de spoorbruggen. Deze doemen in de meest recente schilderijen op uit de verzadigde, intense kleuren waarin het plein is weergeven. In de expositie wordt ook een reeks fotokopieën getoond van aquarellen uit het schetsboek van Erik Pape. Elk jaar legt hij het plein daarin ter plekke vast.

 

Pascal van der Graaf, Ingrid van der Hoeven, Justin Wijers

26 januari t/ m 2 maart 2008

Pascal van der Graaf. SUNSET WHEEL B, 2008, olie-, alcyd- en acrylverf op nylon, 190 x 250 cm  

Pascal van der Graaf (1979) was een van winnaars van de afgelopen Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Zijn palet bestaat uitsluitend uit grijstonen. Hiermee bereikt hij een qua kleur neutraal beeld waarmee hij verschillende manieren van schilderen onderzoekt. Vaak is er een dramatische beweging in het doek aanwezig van een gebogen boom of de ellips van een wiel, die van onder naar boven midden door het beeld loopt. Zo wordt je blik van de fluwelige onderpartij naar de hoekige dennen aan de horizon, naar de lucht gevoerd, waarin psychedelisch golvende wolken hangen. Op de stam van de boom zijn woorden geschilderd, vaak duistere teksten uit popsongs, die de dreigende, soms apocalyptische sfeer van de voorstelling versterken.

Ingrid van der Hoeven. Kelly II, 2007, mdf, zachtboard, 72 x 45 x 30 cm  

Ingrid van der Hoeven (1962) richtte zich in haar beelden op de klassieke Indonesische en Chinese vormentaal zoals je die ziet in tempel- en grafarchitectuur. De vrouw wordt daar vaak ingetogen weergegeven als een gestileerde, knielende gestalte. Sinds enige tijd heeft die traditionele, dienende houding plaatsgemaakt voor het zelfbewuste, stoere imago van de vrouw in de hedendaagse mode en films in China. De beelden zijn opgebouwd uit verlijmd mdf, hard- en zachtboard, waarin met zaagsneden de lijn van de kleding is aangegeven. De vrouwen zijn vanaf het middel weergegeven, hun houding is tegelijk uitdagend en bedachtzaam, alsof ze het juiste moment afwachten om in actie te komen. Hun gezichten zijn niet ingevuld waardoor er geen sprake is van een portret maar een universeel beeld van de moderne Aziatische vrouw.

Justin Wijers. Insurgent? Yeah, right, 2007, potlood, jellyroller, aquarel op papier, 100 x 150 cm  

Justin Wijers (1981) tekent slachtoffers van geweldsmisdrijven en verkeersongelukken, die hij op het internet vindt. Met dunne kleurviltstift geeft hij de gehavende lichamen in ijle, precieze lijnen weer. Omdat ze bijna onherkenbaar verminkt zijn zie je eerst de kleurige patronen van de viltstift, waardoor de lichamen doen denken aan een landkaart met hoogtelijnen of een bloeiend veld met planten. Vaak schrijft Justin Wijers ook teksten in de patronen die hem spontaan invallen tijdens het tekenen. Sinds enige tijd aquarelleert hij ook in de tekeningen, waardoor ze een zachte uitstraling krijgen. Uit de tekeningen spreekt een grote toewijding en aandacht. De anonieme slachtoffers die op morbide internetsites als griezelobject fungeren krijgen zo een laatste eerbetoon.